Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 12 oktober 2009

Shared Space: gelijkwaardigheid of het recht van de sterkste? Hoorzitting 20 januari 2009

Shared Space: gelijkwaardigheid of het recht van de sterkste? Hoorzitting 20 januari 2009
PDF 
| Print |
 E-mail

Tijdens een hoorzitting krijgen de burgers van Haren vanavond de gelegenheid hun ervaringen met het verkeersconcept Shared Space te vertellen aan gemeenteraadsleden. Maar liefst tien Harenaars schuiven aan tafel bij de raad, terwijl drie inwoners hun mening schriftelijk hebben gegeven. De invalshoeken zijn soms verrassend verschillend, maar sommige zaken zijn algemeen: de donkere stenen in het centrum zijn veel te glad, zeker bij regen en het idee dat in een Shared Spacegebied uiteindelijk het recht van de sterkste geldt, ook als de sterkste dat recht niet heeft, geeft angstgevoelens. Fietsers lijken de meeste moeilijkheden te ondervinden. Zij voelen zich vaak onveilig, komen in de verdrukking en wijken dan noodgedwongen uit naar het voetpad. Maar hoe zit het dan juridisch als ze daar tegen iemand op rijden? Een verslag

Image
'Shared Space' in Hanoi, Vietnam

 

Haren kent sinds enkele jaren het verkeersconcept Shared Space, in het dorpscentrum en recent ook in Onnen en Noordlaren. Was de verkeerskundige inrichting van het centrum voorheen gericht op het zoveel mogelijk gescheiden houden van de verschillende verkeersdeelnemers (voetgangers, fietsers, automobilisten), met duidelijke afbakening en rechten en plichten, nu dienen alle verkeersdeelnemers de wegruimte gelijkwaardig met elkaar te delen en daarbij rekening met elkaar te houden. Maak oogcontact!
Objectief gezien is het verkeer daardoor veiliger geworden: er zijn ongeveer de helft minder ongevallen en het letsel dat daarbij ontstaat, is minder ernstig. Maar veel burgers, vooral de zwakke verkeersdeelnemers (voetgangers, fietsers) ervaren het niet als veiliger, integendeel. Er is een andere verkeershouding nodig dan vroeger: men moet voortdurend alert zijn en goed anticiperen op de situatie, waar men in het verleden met het hoofd in de wolken het fietspad kon afrijden. Maar ook met de juiste houding blijft het gevoel dat in het Shared Spacegebied uiteindelijk het recht van de sterkste geldt.

Het is mevrouw Ouweneel opgevallen dat er empirisch onderzoek is gedaan naar het verkeersgedrag van fietsers en voetgangers toen er nog ‘foetspaden’ waren. Fietsers en voetgangers zijn daarna weer gesepareerd. Nu moeten fietsers zich zien te redden tussen auto’s, vrachtwagens en bussen. Het evaluatierapport van de Grontmij geeft veel meningen en weinig tellingen. Ouweneel zou graag zien dat er eens een maand lang dagelijks tussen drie en zes uur ’s middags geobserveerd en geteld zou worden op de Rijksstraatweg tussen de twee rotondes. Het rapport is erg vanuit het oogpunt van de automobilist geschreven. Er wordt bijvoorbeeld gesteld: de gemiddelde snelheid is…, maar in de snelheid die er staat is dan de snelheid van een voetganger of fietser niet meegenomen. Zij ervaart het Shared Spaceconcept vooral als: ‘het recht van de sterkste’ en dat voelt erg onveilig en brengt heimwee naar de oude situatie.

Jos Wiersma spreekt namens Ondernemend Haren. De conclusie van de Harense ondernemers is dat Shared Space in het algemeen goed uitpakt. Maar de regels zijn niet voor iedereen duidelijk, niet iedereen houdt zich aan de regels en auto’s parkeren overal, waar het niet mag en niet kan. Er zijn problemen met vrachtwagens die winkels komen bevoorraden en langdurig het verkeer hinderen en terrassen dijen erg uit, waardoor bijvoorbeeld scootmobielen in de verdrukking komen. Niet meer bevoorraden tijdens de spits! Kortom: een goed concept, maar de regels moeten wel duidelijk zijn, worden nageleefd en gehandhaafd worden!

De heer Duim vindt dat het Grontmijrapport veel theorie en weinig praktijk bevat. Volgens Duim werkt het Shared Spaceconcept goed wanneer er voldoende verkeersaanbod is. Op rustige momenten, ’s avonds en ’s nachts, rijden auto’s meestal veel te hard. Er is behoefte aan toezicht en behoefte aan borden. Ook zou hij het aantal zebrapaden willen uitbreiden. Met geschikte borden zal ook duidelijk moeten worden gemaakt dat de weggebruiker een Shared Spacegebied betreedt en wat dat inhoudt. Want mensen van buiten hebben geen idee wat er van ze verwacht wordt. Daarnaast moeten er meer functionarissen met opsporingsbevoegdheid komen. Haren heeft er maar één.

Bart Meles Dankers van Visio brengt de ervaringen van blinden en slechtzienden voor het voetlicht. Shared Space is in essentie mogelijk onveilig voor blinden en slechtzienden, omdat het noodzakelijke oogcontact ontbreekt. Buitenlandse onderzoeken zijn vaak vernietigend over Shared Space, maar de ervaringen van Meles Dankers vallen mee. Voor blinden en slechtzienden zijn er twee verschillende aspecten: veiligheid en oriëntatie en navigatie. Met de veiligheid blijkt het wel mee te vallen: er wordt langzaam gereden in het centrum en er wordt wel rekening gehouden met de blinde medemens. Lastiger is het om zonder oriëntatiepunten als stoepranden de weg te vinden. Daar is bij de inrichting geen rekening mee gehouden. Er zijn geen stoepranden, terwijl de slechtziende getraind is om die met zijn taststok te gebruiken als wegwijzer. Blindengeleidehonden kunnen het verschil tussen rood en grijs wegdek niet maken en raken gedesoriënteerd. De RUG houdt momenteel een onderzoek: hoe veilig is Shared Space in Haren en Drachten voor blinden en slechtzienden en kunnen zij hun weg er wel vinden? Meles Dankers hoopt dat de uitkomsten veel kunnen betekenen voor toekomstig in te richten Shared Spacegebieden. Hij staat beslist niet afwijzend tegenover Shared Space, maar vindt wel dat het straatbeeld voor zichzelf moet spreken, zonder borden. Veel inrichtingselementen hebben verkeerstechnisch geen betekenis en die zouden eigenlijk vermeden moeten worden. Ook vindt Meles Dankers dat het de burgers beter uitgelegd moet worden.

Mevrouw Eenennaam heeft door heupletsel noodgedwongen ervaring op gedaan als rollatorgebruiker in Shared Spacegebied en dat is haar erg tegengevallen. De weg loopt overal af, zodat je achter de rollator kracht moet bijzetten.

De heer Bakker vindt het straatbeeld wel aangenaam. Maar op het plein voor Blokker is de situatie vaak onveilig. Bakker stoort zich aan bussen die de rotondes soms blokkeren. Aan de noordkant blijft de bus er rustig vijf minuten staan, als ie te vroeg is volgens de dienstregeling. Er is ruimte genoeg om de bus ergens te laten stoppen waar hij het verkeer niet hindert.

De heer Wagenaar zet vraagtekens achter de gemeten snelheden in het rapport. Als dat een uurtje ergens wordt gemeten, zegt het niet veel. ’s Avonds rijdt men ‘zeer wild’ over de Rijksstraatweg, constateert Wagenaar regelmatig. De beide spitsuren bieden ook veel gevaarlijke situaties: fietsers die langs vrachtwagens en bussen laveren en over de stoep schieten. Er is te weinig aandacht voor het gedrag en voor de positie van de fietsers. Het is in zijn ogen een foute beslissing om fietsers op de rotonde Rijksstraatweg-Emmalaan geen voorrang meer te verlenen, om uniformiteit te bieden met de rotonde bij de snelweg. Fietsers horen gewoon voorrang te hebben, want zij zijn de zwakste verkeersdeelnemers. Fietsers die vanaf de Meerweg de Rijksstraatweg willen oprijden, krijgen helemaal nooit voorrang, hoewel ze het wel hebben. In Epe is een verkeerssituatie waar borden staan met: ‘Voetgangersgebied, fietsers toegestaan’. Zo’n gedoogbeleid zou ook in Haren passen.

Marco in ’t Veld wil weten hoe de juridische aansprakelijkheid is geregeld. Volgend Meles Dankers geldt gewoon de Wegenverkeerswet. Het foetspad destijds gaf onduidelijkheid, maar nu gelden de gewone regels. Auto’s en fietsers mogen niet op het voetpad komen. Tja, maar hoe zit het dan juridisch gezien op de twee pleinen, waar alle verkeer gemengd wordt?

Louis Postma, zelfstandig verkeersconsulent, geeft de gemeente Haren complimenten. De gemeente loopt voorop met het Shared Spaceconcept en ook in de communicatie met de burgers verdient de gemeente een compliment omdat de burgers de gelegenheid wordt geboden de ervaringen te delen met raadsleden. Communicatie is de basis van een goed plan, stelt Postma. Hij vergelijkt het Shared Space met het concept Duurzaam Veilig en vindt dan dat er toch wat meer Duurzaam Veilig-inrichtingsmaatregelen genomen mogen worden om te zorgen dat het recht van de sterkste wordt ingeperkt. Nu wijken fietsers vaak uit naar het voetpad, dat heel gemakkelijk op hetzelfde niveau ligt. Shared Space is een stap verder dan Duurzaam Veilig: zonder verkeersborden en inrichtingsmaatregelen moeten de verkeersdeelnemers het onderling maar oplossen. Herkenbaarheid en duidelijkheid is noodzakelijk.
Mevrouw Ouweneel wil graag weten wat Postma vindt van een zinsnede uit het rapport: ‘Door de mix van verkeerssoorten kan er bij de veel deelnemers een gevoel van angst ontstaan. Dit gevoel van angst wordt veroorzaakt door de wat onduidelijke verkeerssituatie en de aanwezigheid van andersoortige verkeersdeelnemers op dezelfde strook. Deze angst moet leiden tot meer oplettendheid en dus een grotere veiligheid. De objectieve veiligheid wordt hierdoor vergroot, maar de belevenis, de subjectieve veiligheid gaat achteruit.’
Angst is een slechte raadgever, vindt Postma.

De heer Werners spreekt namens de ouderenbonden ANBO en PCOB. Een focusgroep van vijftien personen heeft zich over het onderwerp gebogen en deze groep komt met de volgende conclusies. (Vracht) auto’s krijgen alle ruimte en fietsers en rolstoelgebruikers komen regelmatig in de verdrukking. Het woord ‘angst’ valt vaak. Ouderen voelen zich gedwongen op de voetpaden te fietsen. Hoe is dat juridisch als er iets gebeurt? De donkere steen zou feller gekleurd mogen zijn en liefst minder glad en de stenen verzakken hier en daar, wat gevaarlijke struikelrandjes geeft. Graag een oversteekplaats bij de doorgang Oldehof. De verhoogde stoepen voor de winkels van Konings en De Boer zijn gevaarlijk. Hier en daar zetten de winkels teveel obstakels op de stoep.
De ANBO heeft met raadslid Paul Rolf (GL) en met de burgemeester een fietstocht langs de verkeersknelpunten in Haren gemaakt. De rotonde Rijksstraatweg-Emmalaan graag inrichten zoals de rotonde aan de noordkant van het centrum. Oversteek Emmalaan tussen Wilhelminalaan en Kroonkampweg is bijna niet te maken. Hier is een beveiligde oversteekplaats gewenst. Het is bijna onmogelijk om vanuit de Van Veldekelaan de Vondellaan op te rijden, je krijgt gewoon geen voorrang! Op de Rijksstraatweg ter hoogte van garage Postma loopt het fietspad niet meer door: daar rijden automobilisten zo op de fietsers in. Graag een fietsstrook. De ouderenbonden hebben een nadrukkelijk verzoek aan de politiek: zorg op vrijdagavond en zaterdag voor auto- of verkeersluwe uren en hou regelmatig toezicht op de parkeerverboden. Kunnen de stadswachten hier geen functie bij krijgen? Shared Space berust op gedeelde ruimte en gedeelde verantwoordelijkheid, maar een belangrijke voorwaarde daarbij is wel de handhaving van de afgesproken verkeersregels. Zorg dat ouderen naar het centrum durven komen. Het is een groeiende groep inwoners!

Tot zover de deelnemers aan de hoorzitting. Schriftelijke bijdragen:
Riet Wevers heeft goede ervaringen met Shared Space. Zij vindt het gemakkelijk dat er geen stoepen meer zijn en zij heeft gemerkt dat je er wel op kunt vertrouwen dat auto’s achter je blijven rijden als je op de fiets bent. Wel vindt zij het ter hoogte van boekhandel Boomker lastig en ondervindt zij dat de donkere stenen bij nat weer superglad zijn. Kunnen die niet opgeruwd worden?
Margriet Staal deelt de laatste ervaring en stelt dezelfde oplossing voor. Zij breekt verder een lans voor ‘de eenzame fietser’. Voetganger en automobilist hebben voordelen van het Shared Spacesysteem, maar de alleengaande fietser komt regelmatig in de verdrukking en moet uitwijken. Er gebeuren dan wel minder ongelukken en het is dus objectief gezien veiliger, maar er is ook nog zoiets als gevoelstemperatuur. ‘Soms is het min één graad Celsius, maar voelt het als min twintig’. Staal zou graag willen dat het centrum van Haren tot woonerf werd verklaard met de bijbehorende bescherming van fietsers en voetgangers.
Namens de Vereniging Reizigers Openbaar Vervoer (ROVER) stelt Barbara Snabilié dat op drukke momenten de vaart uit de busdienstregeling gaat in het centrum van Haren. De bussen moeten geregeld wachten op vrachtwagens die laden en lossen en daardoor missen reizigers aansluitingen op andere lijnen. Bovendien zijn de rotondes te krap voor verlengde bussen. Ook zou het overdekte bushokje bij het Raadhuisplein in ere moeten worden hersteld. Nu wachten mensen onder een afdakje van winkels.

Tot zover het verslag van een geslaagde hoorzitting.

Wil Legemaat