Steun ons en help Nederland vooruit

woensdag 31 augustus 2016

Financiële situatie van Haren is geen goede reden voor een fusie

Financiële situatie van Haren is geen goede reden voor een fusie

Uit het rapport dat vandaag werd gepresenteerd door het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (COELO) wordt duidelijk dat de gemeente Haren beslist niet aan de rand van de financiële afgrond staat, zoals Gedeputeerde Staten van Groningen de inwoners van Haren willen laten geloven. Van een urgent probleem op dit gebied is geen sprake. Daarmee valt een belangrijke voorwaarde voor opleggen van een fusie met Groningen en Ten Boer weg. Herindeling is geen oplossing voor de financiële problemen; het ombuigingsplan van de gemeenteraad is dat wel!

In het rapport wordt aangegeven dat de financiële positie van Haren niet sterk is, maar die van Groningen en Ten Boer zijn niet veel beter. Herindeling zal daar voor Haren geen positieve verandering in brengen. Het ombuigingsplan dat de gemeenteraad op 20 juni presenteerde, biedt die oplossing wel. ‘Als de politiek het wil, dan kan het, daar heb ik vertrouwen in’, aldus professor Maarten Allers bij de presentatie van het rapport. Het ombuigingsplan zal offers van de inwoners vragen, maar die zijn niet groter dan de offers die een herindeling van de inwoners vraagt.
Op financieel gebied is er geen sprake van een acuut probleem; de Provincie heeft – terecht – nooit reden gezien als toezichthouder in te grijpen.
De conclusies van het COELO bevestigen de opvattingen van D66 Haren: Haren kan het prima zelfstandig. De Provincie zou eens eerlijk antwoord moeten geven op de vraag: ‘Voor welk probleem is deze herindeling eigenlijk een oplossing?’

De wet arhi, waarin herindelingen van gemeenten wordt geregeld, gaat uit van vrijwillige herindelingssituaties ‘van onderop’. Er is een apart beleidskader waarin twee voorwaarden staan waaronder gemeenten door de Provincie gedwongen kunnen worden: jarenlang overleg zonder resultaat of een urgent probleem dat alleen door herindeling opgelost kan worden. Van beide is geen sprake. Daaruit volgt de vraag of de ingreep van de Provincie wel rechtmatig is.

Nu duidelijk is dat de gemeente Haren met het voorgestelde ombuigingsplan en de uitvoering van Beterr Haren goed in staat is zelfstandig te blijven en dat als gevolg hiervan geen grondslag is voor een gedwongen samenvoeging met Groningen, zou de Provincie daaruit zijn conclusie moeten trekken. Het gemeentebestuur van Haren, de ambtelijke organisatie en de inwoners kunnen zich dan eindelijk voluit richten op het gezamenlijk werken aan een zelfstandige toekomst.