Steun ons en help Nederland vooruit

dinsdag 20 september 2016

De eerste reactie van D66 op het herindelingsontwerp

Gisteravond boog de raadscommissie zich over het herindelingsontwerp. Veel verwarring bleek er te zijn over de lichte samenvoeging, die in het ontwerp gepresenteerd lijkt te worden als instemming met de herindeling zelf. Het gaat om de juiste volgorde: eerst horen de betrokken gemeenten het eens te zijn dat er een herindeling moet komen en vervolgens wordt de variant gekozen: fusie of lichte samenvoeging. Zo is het ook steeds besproken in de overleggroep: mochten TK en EK instemmen, dan kiezen wij voor de lichte variant. In het herindelingsontwerp is die volgorde omgedraaid: de (instemming met, in het geval dat…) lichte samenvoeging wordt gepresenteerd als instemming met de herindeling.  Het is zeer ongewenst dat een en ander voor tweeerlei uitleg vatbaar is. D66 ging er uitvoerig op in.

Bijdrage D66  commissie 19-09-2016 Herindelingsontwerp

Algemeen

Voorzitter, de fractie van D66 wil zich bij de behandeling van dit concept-herindelingsontwerp richten op een aantal voor ons belangrijke conclusies. Het bevragen van ons college op een document van GS zou nogal een merkwaardige figuur zijn.

-Dat is dan ook het eerste punt van aandacht van mijn fractie: Dit document van de Provincie werd vastgesteld door GS op 13 september jl. Een document, waaraan Haren op grond van de besluiten van GS, vermeld in de brieven van 30 mrt en 28 juni onder protest heeft meegewerkt. Terecht is in het rapport meerdere malen gesteld dat Haren de voorkeur voor het behoud van zelfstandigheid heeft en het oneens is met de opgelegde fusie (blz3). Toch ontstaat er verwarring over de conclusies. Op blz 4 lezen we in de inleiding:

1.3 Uitgangspunten

Voor de voorgestelde samenvoeging van de gemeenten Groningen, Haren en Ten Boer bestaat tussen de colleges van B en W en het college van GS overeenstemming over de volgende uitgangspunten:

de grenzen van de nieuwe gemeente Groningen zullen bestaan uit de huidige buitengrenzen van de gemeenten Haren en Ten Boer, alsmede de buitengrenzen van de gemeente Groningen, zoals die ontstaan met de inwerkingtreding van de grenscorrectie Meerstad tussen de gemeenten Groningen

en Slochteren per 1 januari 2017;

de beoogde herindelingsdatum is 1 januari 2019;

met dit herindelingsontwerp wordt het voorstel gedaan om de figuur van ‘lichte samenvoeging’ toe te passen, waarbij de gemeente Groningen niet en de gemeenten Haren en Ten Boer wel worden opgeheven (zie toelichting en onderbouwing in paragraaf 4.3). De naam van de nieuw te vormen gemeente zal daarmee Groningen zijn.

En op pag 46 lezen we dat
Het herindelingsontwerp tevens voldoet aan de twee criteria voor toepassing van de lichte samenvoeging, omdat daarover overeenstemming bestaat tussen de drie colleges en er afspraken worden gemaakt over de rechtspositie van het personeel van de op te heffen gemeenten Haren en Ten Boer.

Zoals het hier staat – en zo wordt het door velen gelezen – gaat hier de suggestie van uit dat Haren heeft ingestemd met de voorwaarden die gesteld worden aan de herindeling zelf. De voorwaarden uit het beleidskader van de minister kunnen namelijk zo worden uitgelegd dat herindeling met toepassing van de lichte samenvoeging alleen mogelijk is ‘als de gemeenten het eens zijn over herindeling’ en als er afspraken zijn over de rechtspositie van het personeel, zo niet, dan hoef je dit stuk niet aan de minister voor te leggen.
Wij constateren dat er op z’n minst licht zit tussen wat op pagina 4 en pagina 46 staat. De conclusie dat er is ingestemd met herindeling lichte variant kan onmogelijk getrokken worden op basis van de tekst in het ontwerp en evenmin op basis van enig besluit van het college van Haren noch van de raad van Haren. Dit zou eenduidig en niet voor meerdere uitleg vatbaar in het HOW moeten staan.
Vraag: bent u dat met ons eens en zo ja, gaat u hier iets aan doen?

De fractie van D66 wil de opmerkingen over dit document maken aan de hand van de hoofdstukken.

Hoofdstuk 2
Daarin wordt de voorgeschiedenis verwoord en aandacht besteed aan de Provinciale rol bij de gemeentelijke herindeling. Dat kunnen wij volgen tot 23 april 2015.
1. Daarna missen we de vermelding van een veranderde houding van het Provinciebestuur bij het aantreden van het huidige college van GS. Er kwam een nieuw collegeakkoord, er is een interview gegeven door de nieuwe gedeputeerde en de gemeenten kregen begin december vorig jaar een brief. De essentie was: De provincie zal niet eigenstandig ingrijpen als daar geen draagvlak is bij de betrokken gemeenten en zal een gemeente niet dwingen tot een proces dat zij niet willen. De provincie heeft een faciliterende en modererende rol tov de gemeenten. Waar is de verklaring van het feit dat de Provincie op dit moment een geheel andere houding aanneemt en niet in gaat aan bijvoorbeeld het gebrek aan draagvlak in Haren, dwingend optreedt en niet de helpende hand uitsteekt als er knelpunten worden gesignaleerd en Haren de verbeterplannen in de steigers zet?
2. Daarnaast missen wij een belangrijke aanleiding voor de opschaling: de implementatie van de gedecentraliseerde taken.
3. We constateren tevens een enorme onevenwichtigheid in de beschrijving van de betrokken gemeenten. Zouden niet alle gemeenten op dezelfde manier aan bod moeten komen in een herindelingsontwerp? De onderzoeken die Haren betreffen worden uitgebreid opgenomen. Mbt de duiding van die onderzoeken heeft mijn fractie al het nodige gezegd en we betreuren het dat het er toch op lijkt dat er een bewijs moet komen met deze opsomming. Uit geen van de onderzoeken blijkt immers dat Haren zijn taken niet aan kan, sterker nog Haren voert de wettelijke taken naar behoren uit zo concludeert B&A. Maar DAT wordt niet gemeld.
4. We missen aandacht voor het laatste ook aan GS aangeboden onderzoek van het COELO. Over de andere betrokken gemeenten nauwelijks iets.

Hoofdstuk 3
Dan komen in het derde hoofdstuk de gemeenten aan bod en wordt een beschrijving van de drie gemeenten gegeven. Daar lezen we een beschrijving van Haren waaruit blijkt dat Haren het uitstekend heeft gedaan. Haren is niet voor niets de tweede woongemeente van Nederland. Het is toch merkwaardig en niet te verklaren dat er zo’n grote tegenstelling is tussen de beschrijving van de situatie Haren in hoofdstuk 2 (er klopt van alles niet) en de typering van Haren in hoofdstuk 3 (het gaat daar voortreffelijk en iedereen wil daar wel wonen). Waarom in dit hoofdstuk niet het verloop van de financiële kengetallen van de drie gemeenten is opgenomen, is onduidelijk.

Hoofdstuk 4
Hier komt de toekomst aan bod.   Abstractieniveau: veel te hoog. Wij zouden het niet kunnen verantwoorden op basis hiervan besluiten over de bestuurlijke toekomst te nemen.

De focus ligt op vier belangrijke thema’s omdat die leiden tot nieuwe vraagstukken bij opschaling, zo lezen we. Het gaat dan om
– bestuurlijke nabijheid;
– dienst- en zorgverlening;
– voorzieningen;
– ruimtelijke ontwikkeling.

Het zijn nu juist de eerste drie thema’s, bestuurlijke nabijheid, dienst-en zorgverlening op maat en het voorzieningen niveau waar Haren sterk in is en dat is, naar onze overtuiging, dankzij de schaalgrootte. Waarom zou je dan iets op grote schaal moeten optuigen wat er al is in Haren en waar de inwoners zo aan hechten? Daarbij is het risico groot dat het juist op die belangrijke thema’s allemaal veel minder wordt in Haren. De nieuwe stad moet het eerst nog maar voor elkaar zien te krijgen.
Wie kan mij uitleggen welke meerwaarde de opschaling heeft voor Haren en voor welk probleem opschaling een oplossing is? Die vragen zou ik nadrukkelijk ook willen stellen aan de voorstanders van herindeling.
Het aspect van de ruimtelijke ordening is één van de belangrijkste aandachtspunten en behoeft wat ons betreft nog op een grotere schaal afstemming en coördinatie, nl in de regiovisie Groningen Assen. Dat is waar we deze vraagstukken moeten neerleggen. En dat is wat we sinds de jaren negentig ook al doen en wat prima gaat.

Hoofdstuk 5
Mbt de toetsing aan het beleidskader in dit hoofdstuk hebben wij in elk geval op drie van de vijf criteria uit het beleidskader een wezenlijk andere opvatting. De fractie van D66 heeft dat een aantal malen naar voren gebracht ter onderbouwing van onze keuze voor zelfstandigheid. Inhoudelijk willen we dat nu niet weer naar voren halen, maar het gaat ons dan vooral om de beoordeling op de criteria

  • Evenwichtige regionale verhoudingen
  • Interne samenhang, dorps-en kernenbeleid
  • DraagvlakIn een zienswijze zullen we dit gaan verwoorden.

    Vraag: Gaat het college met een voorstel komen?