Steun ons en help Nederland vooruit

maandag 31 juli 2017

Reactie op artikel Giulia Fabrizi in Dagblad: welk hoger doel legitimeert annexatie van Haren?

Opiniestuk: reactie op het artikel van Giulia Fabrizi in het Dagblad van zaterdag 22 juli 2017

In de krant van 22-07-2017 verwijt Giulia Fabrizi de gemeente Haren slechts oog te hebben voor het eigen belang als het gaat om de afwijzing  van een fusie met de gemeente Groningen. Zij doelt  er dan op dat de Provincie andere en hogere  verantwoordelijkheden zou hebben om voorbij te gaan aan het ontbrekende draagvlak in Haren voor een fusie met de gemeente Groningen. Fabrizi stelt dat de spelregel ‘van onderop’ niet de enige spelregel is die in acht genomen dient te worden bij herindelingen.
Inderdaad zijn er meer spelregels die bij de beoordeling van bestuurlijke opschaling gelden. Daar heeft ze gelijk in. Afgezien van het feit dat de wonderlijke uitleg van mevrouw Fabrizi als zou ‘van onderop’ gelijk staan aan de opvatting van een Provinciebestuur en daarmee een legitimatie is voor  een gedwongen fusie, laat zij voor het gemak maar even de andere spelregels uit wet en het beleidskader  voor wat ze zijn.
Het gaat dan bijvoorbeeld over de interne samenhang tussen de beoogde partners bij een herindeling. Het enorme schaalverschil tussen Groningen en Haren, de onvergelijkbare sociaaleconomische problematiek, de landschappelijke verschillen en de positie van Groningen als studentenstad en Haren als forensengemeente maken duidelijk dat de vereiste interne (beleids)samenhang volstrekt ontbreekt.
Een ander criterium is of door vorming van een nieuwe gemeente evenwichtige regionale verhoudingen ontstaan. Van belang is om daarbij te kijken naar de verhoudingen binnen de Regio Groningen- Assen, want de regio houdt niet op bij de provinciegrens. Voor de verdere ontwikkeling en vruchtbare samenwerking binnen deze regio zijn gelijkwaardige en evenwichtige bestuurlijke verhoudingen essentieel. De regio is niet gebaat bij een  vergroting van de stad, maar veeleer bij een constellatie waarin alle deelnemers de ruimte krijgen om in samenhang bij te dragen aan de  versterking van de regio.
Natuurlijk gaat het er ook om of de (zelfstandige) gemeente Haren bestuurskrachtig en financieel gezien voorbereid is op de toekomst. Haren heeft met daadkracht een ombuigingsoperatie ingezet die structureel in een gezonde financiële toekomst voorziet.  Haren heeft, mede dankzij de beperkte  schaalgrootte het Sociaal Domein goed op orde, voert de wettelijke taken naar behoren uit, heeft een uitgebreid voorzieningenniveau, een zeer betrokken bevolking en mag zich verheugen op de komst van veel jonge nieuwe inwoners in de nieuwe wijken.
Dan  is er nog het curieuze punt in het advies van de Provincie om via een zgn. ‘lichte vorm van samenvoeging ‘ Haren bij Groningen in te schuiven. Het beleidskader van Plasterk geeft aan dat deze vorm van samenvoeging alleen dan kan plaatsvinden als aan twee voorwaarden wordt voldaan 1. de gemeenten moeten het onderling eens zijn 2. er moeten afspraken zijn over de rechtspositie van het personeel. Aan beide voorwaarden is  duidelijk niet voldaan in dit geval.

Maar voordat we verder het lijstje uit wet en beleidskader gaan afvinken, zou het  hele proces van herindeling toch moeten beginnen met gesprekken en verkenningen tussen twee overheden die gebaseerd zijn op fundamenteel vertrouwen in elkaars handelen en motieven. En daar begint de schoen al te wringen.  Mevrouw Fabrizi gaat in haar pleidooi  voorbij aan het feit dat het handelen van het Provinciebestuur haaks staat op schriftelijke toezeggingen en het eigen collegeakkoord met de mooie titel “Vol vertrouwen’.
In een brief van 3 december 2015 laat de Provincie aan Haren weten: “Dit betekent dat ons college niet eigenstandig gebruik zal maken van zijn bevoegdheid om herindelingsvoorstellen te doen, als daarvoor geen draagvlak bij betrokken gemeenten bestaat”.
 Ook het provinciaal collegeakkoord 2015 is duidelijk over de nieuwe koers van GS:  “Geen regie van bovenaf, maar elkaar de ruimte geven”en “Ons uitgangspunt is dat herindeling niet wordt opgelegd, we ondersteunen de initiatieven die gemeenten aandragen”. Je kunt toch moeilijk beweren dat een gedwongen herindeling past bij zulke zinsneden, noch past binnen wet en beleidskader.

Het schrijven van mevrouw Fabrizi maakt wel benieuwd naar het ‘hogere doel’? Volgens het herindelingsadvies van de Provincie is herindeling beter voor de inwoners, al wordt nergens duidelijk in welk opzicht dat is. De gemeenteraad van Groningen stelt systematisch dat Haren welkom is, maar dat het wel moet willen…
Voor welk probleem is deze herindeling een oplossing? Welk hoger doel is zo belangrijk dat de zelfstandigheid van een goed functionerende gemeente eraan mag worden opgeofferd tegen de wil van de inwoners? Misschien kan mevrouw Fabrizi daar haar licht eens over laten schijnen?

Marjan Bachman

Fractievoorzitter D66 Haren