Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Bestuurlijke visie komt maar niet van de grond

27 december 2011

Op de agenda van de laatste raadsvergadering van 2011 staat de bespreking van de notitie “Bestuurlijke visie Haren 2012-2025”. De raad heeft de afgelopen jaren meerdere malen de wens uitgesproken te komen tot een lange termijn visie voor Haren, omdat zo’n beeld richting kan geven bij belangrijke besluiten die de raad voorgelegd krijgt. Denk aan besluitvorming t.a.v. bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, subsidies voor instellingen en voorzieningen, burgerparticipatie etc.
Omdat bleek dat het opstellen van een totaal visie een te brede opgave was, is er uiteindelijk voor gekozen een start te maken met het ontwikkelen van een visie op de bestuurlijke toekomst van onze gemeente. Althans dat was de wens. Een visie zo staat er in de notitie “waarin vragen aan de orde komen die te maken hebben met de mate waarin de gemeente in staat is, en kan blijven, in de huidige vorm voort te blijven bestaan, met de wijze waarop huidige en toekomstige taken kunnen worden of moeten worden uitgevoerd en met verschillende organisatievormen voor beleid en uitvoering”. In feite dus vragen over het zelfstandig kunnen blijven en willen voortbestaan van Haren op termijn en over mogelijke samenwerkingsvormen met andere gemeentes.
Het onderwerp bestuurlijke inrichting en de toekomst is voor D66 een uitermate belangrijk onderwerp. Belangrijk omdat het bepalend is in welke bestuurlijke context onze gemeente wil en zal gaan opereren in de toekomst, hoe de lijnen gaan lopen naar andere overheden en op welke wijze de democratische vertegenwoordiging van politiek en bestuur wordt ingericht. De fractie van D66 is van mening dat de notitie, zoals die nu door B&W aan de raad gepresenteerd is, helaas de titel van “visie” niet verdient.
Een visie is immers meer dan een beschrijving van de huidige situatie en de presentatie van vanzelfsprekende mogelijkheden om samen te werken met buurgemeenten. Een visie op de toekomst van Haren dient volgens D66 gebaseerd te zijn op een uitgesproken wenselijkheid t.a.v. bestuurskracht, en dienstverlening aan de burgers en moet mede gebaseerd zijn op de ontwikkelingen die zich op landelijk en provinciaal niveau voordoen. De notitie gaat voorbij aan de belangrijke standpunten en posities die worden ingenomen op nationaal en regionaal niveau mbt de bestuurlijke inrichting van ons land. Zowel vanuit het kabinet als vanuit de Raad voor het openbaar bestuur zijn er belangwekkende nota’s neergelegd in het afgelopen half jaar. Provinciale staten hebben in september per motie opgeroepen om binnen een halfjaar te komen met een visie en een beleid inzake de ideale gemeentelijke indeling op termijn van 3 a 5 jaar. We vinden daar niets van terug in deze notitie. Het kan toch niet zo zijn dat we ons daar verre van houden en net doen alsof dat niet gebeurt. D66 is voorstander van een open houding t.a.v. datgene wat er om ons heen gebeurt en vindt dat we de ogen daarvoor niet moeten sluiten. In tegendeel het is zaak om die discussies mee te voeren.
Het uitzetten van een lijn naar de toekomst kan niet zonder dat er gekeken wordt naar de zwakte en sterkte van onze gemeentelijke organisatie en zonder inzicht te hebben in de mogelijkheden van samenwerkingsverbanden met een helder overzicht van de voor- en nadelen. Alleen monitoring van de situatie om de zoveel jaar volstaat niet meer.
Conform de afspraken in het coalitiemanifest dienen de inwoners bij de discussie over de toekomstige bestuurlijke vorm te worden betrokken, zodat de gemeenteraad het oordeel van de burgers kan laten meewegen. Het benodigde draagvlak voor nieuwe eventuele constructies moet van onderop komen. Met de overheveling van taken naar de gemeentes en de daarmee gepaard gaande bezuinigingen, wordt de druk om te komen tot herindeling en/of verdergaande vormen van samenwerking steeds groter. D66 wil dat Haren zelf de regie houdt over zijn toekomst en acht het daarvoor nodig tijdig de dialoog te openen over de wenselijke en mogelijke herindeling, mocht de noodzaak zich voordoen.
Omdat de fractie van D66 van mening is dat deze notitie geen visiestuk is en daarom ook niet kan dienen als uitgangspunt voor discussie over de keuze van verdere samenwerkingsvormen in de toekomst, hebben we onze goedkeuring aan de het stuk onthouden. Op initiatief van het CDA en GL is er een motie ingediend die het college oproept op basis van een gedegen analyse van sterktes en zwaktes en rekening houdend met de decentralisaties te komen met een inventarisatie van mogelijke samenwerkingsvormen met hun voor- en nadelen. Dat zou dan een basis moeten zijn om in gesprek te gaan met de bevolking en al doende te komen tot een wenselijk toekomstplaatje. Ondertussen worden er geen nieuwe samenwerkingsvormen aangegaan (tenzij hier zwaarwegende argumenten voor zijn).
Aangezien in deze motie wordt opgeroepen tot een proces zoals D66 dat graag ziet en dat in overeenstemming is met het coalitiemanifest, hebben we met deze motie ingestemd. De motie is met 10 tegen 7 (VVD en PvdA) aangenomen.

Hieronder vindt u de integrale tekst van de motie:
Motie bestuurlijke visie 2012-2025
De raad van Haren, in vergadering bijeen op maandag 19 december 2011, besprekende de ‘Bestuurlijke visie Haren 2012-2025’
Constaterende dat:
• Het kabinet in juni 2011 in een visiedocument ‘Bestuur en bestuurlijke inrichting’ richtlijnen uitzet voor toekomstige ontwikkelingen;
• Raad Openbaar Bestuur (ROB), in reactie op deze kabinetsvisie een advies daarover heeft uitgebracht;
• De Provinciale Staten Groningen in september 2011 het college van GS oproepen het komende half jaar visie en beleid te ontwikkelen om binnen 3-5 jaar te komen tot een drastische gemeentelijke herindeling;
• Er in het kader van de decentralisaties verscheidene taken op de gemeente afkomen, die onmogelijk in eigen beheer kunnen worden uitgevoerd;
• Het coalitiemanifest een transparante bestuursstijl voorstaat, waarbij het betrekken van de burgers in een zo vroeg mogelijk stadium een belangrijke plaats heeft;

Overwegende dat:
• De gepresenteerde ‘Bestuurlijke visie Haren 2012-2025’ niet afdoende refereert aan bovenstaande overwegingen;
• Rijk en provincie ‘top-down’ het eindscenario en de routekaart willen bepalen en het juist daarom van groot belang is daar als gemeente een stevig geluid van onderop (eigen visie), met voldoende draagvlak onder de bevolking, tegenover te stellen;
• Er wordt voorgesteld de komende vier jaar allerlei samenwerkingsverbanden aan te gaan met verschillende gemeenten, waarbij uitgangspunt is dat de keuze vooral niet mag voorsorteren naar een mogelijke herindelingspartner;

Roept het college op:
• Zich uit te spreken over wat voor gemeenschap de gemeente wil zijn;
• Een sterkte-zwakte analyse te maken van de gemeentelijke organisatie en daarbij rekening te houden met de toekomstige ontwikkelingen in het kader van de decentralisaties;
• Een beeld te hebben van de ontwikkelingen in onze omgeving en binnen de provincie Groningen;
• De verschillende toekomstige samenwerkingsmogelijkheden te benoemen en te voorzien van voor- en nadelen en hierbij de zeven fractievoorzitters te consulteren;
• De inventarisatie van samenwerkingsmogelijkheden voor te leggen aan de gemeenteraad, zodat de gemeenteraad op basis van realisme/haalbaarheid besluit over welke mogelijkheden het gesprek wordt aangegaan met de burgers;
• In aansluiting daarop een duidelijke voorkeur uit te spreken voor een houdbare visie in de vorm van een ‘eindplaatje’, alsmede de strategie en de te volgen marsroute daar naar toe te formuleren en dit voor te leggen aan de gemeenteraad;
• Dit uiterlijk eind 2012 te realiseren;
• In de tussentijd alleen nieuwe samenwerkingsverbanden aan te gaan op basis van gewichtige redenen en de gemeenteraad zich daarover heeft uitgesproken;

en gaat over tot de orde van de dag.
De fracties van
GroenLinks
CDA

Gepubliceerd op 19-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018