Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

D66 en projectontwikkelaars: eerst de buurt, dan de plannen

21 januari 2011

Hoe staat D66 tegenover projectontwikkelaars en tegenover de gang van zaken bij bouwplannen?
Projectontwikkelaars zijn een legitieme en onmisbare schakel bij het ontwikkelen van bouwplannen. Het belang van een ontwikkelaar is in het algemeen commercieel en daar is op zich niets mis mee. De ontwikkelaar is vaak degene die zijn nek uitsteekt en de financiële risico’s loopt.
Van projectontwikkelaars valt niet automatisch te verwachten dat zij het dorp willen verfraaien of mensen aan een zo voordelig mogelijk huis willen helpen. Maar de meeste ontwikkelaars zullen wel graag een zo mooi mogelijk project neerzetten met een zo groot mogelijk draagvlak.  Voor hen is het ontwikkelen met grote weerstand van de bewoners uit de omgeving veel duurder dan wanneer procedures vlot doorlopen kunnen worden.
De verantwoordelijkheid voor de indeling van de openbare ruimte ligt bij het gemeentebestuur. Hier worden de kaders gesteld, van de mogelijkheden voor het plaatsen van een dakkapel tot aan de ruimte die projectontwikkelaars krijgen. Die kaders worden vooral gesteld in de bestemmingsplannen en in de welstandsnota.

Bestemmingsplannen
Bestemmingsplannen bieden de burgers enige zekerheid over de indeling van de ruimte in hun directe leefomgeving.  In een bestemmingsplan worden ondermeer de bouwvlakken aangegeven, de bouwhoogte, de rooilijn en de aard van de bestemming: woningen, winkels enzovoort.
Niet zelden proberen ontwikkelaars -dat kan ook een particulier zijn of een collectief van particulieren- de bestemming te wijzigen en/of de geboden ruimte op te rekken door een wijziging van een bestemmingsplan aan te vragen. De vraag is nu: in welk stadium worden omwonenden en andere burgers hierbij betrokken?

Omslag naar een proactieve rol van burgers
Tot voor kort was het zo dat de omwonenden pas met de bouwplannen geconfronteerd werden als de ontwikkelaar de grond in bezit had en met de eerste schetsplannen op de proppen kwam. Er was op dat moment al een heel traject afgelegd door de ontwikkelaar: hij had zich op het gemeentehuis laten informeren over de rek in de mogelijkheden en was niet zelden geneigd aan te nemen dat de mogelijke rek daarmee ook was toegezegd. De burgers konden vervolgens alleen nog maar reageren en bezwaren maken. Omwonenden hadden terecht het gevoel dat zij voor een voldongen feit werden geplaatst en dit wekte, eveneens terecht, veel weerstand op. Die werd omgezet in bezwaar en verzet.
De afgelopen jaren zijn er meerdere bouwprojecten in Haren vertraagd of zelfs stil komen te liggen door het ontstaan van bovenstaande situatie. De hierin door de gemeente gehanteerde bestuursstijl in het verleden had, wat D66 betreft, respectvoller naar omwonenden en andere burgers kunnen zijn en daarmee doeltreffender. Gelukkig is in de laatste jaren een goed begin is gemaakt met het betrekken van burgers in een vroeger stadium. Maar wat D66 betreft komen de burgers nog eerder aan bod, nog voor er ook maar een plan geschetst is.

Het coalitiemanifest
In het coalitiemanifest staat het volgende:
De burgers hebben altijd het eerste en waar mogelijk ook het laatste woord. Zij worden zo vroeg mogelijk bij de plannen betrokken, hun mening wordt serieus meegenomen bij de ontwikkeling van de plannen, er vindt altijd terugkoppeling plaats, waarbij gemaakte keuzes beargumenteerd worden uitgelegd en de burgers zijn betrokken bij de eindbeslissing. Consensus vooraf kan gerechtelijke procedures voorkomen en kan een aanzienlijke winst in geld en tijd betekenen.

De fractie van D66 onderschrijft dit volledig. Er moet een cultuuromslag plaatsvinden. De ontwikkelaar die op het gemeentehuis de grenzen van de bouwmogelijkheden komt zoeken, zal moeten worden duidelijk gemaakt dat, indien er een wijziging van het bestemmingsplan nodig is, eerst de omwonenden zullen worden geconsulteerd en dat zij de kans krijgen proactief invloed te hebben op de bouwplannen. Niet door de kaders te stellen – dat doet het gemeentebestuur mede op basis van de wensen van omwonenden – maar door mee te denken en door al die zaken die anders later in bezwaarschriften worden verwoord, aan te dragen, zodat er gezamenlijk naar oplossingen gezocht kan worden.
Kom bij D66 niet aan met de stelling dat omwonenden meestal een NIMBY-houding hebben. Wanneer zij vanaf het prilste begin bij de plannen worden betrokken, blijken Hareners vrijwel altijd redelijke mensen die veel expertise kunnen inbrengen. De ervaringen met het betrekken van omwonenden bij de herinrichting van het Haderaplein en het Raadhuisplein bevestigen dit.

Gemeentebestuur en ambtenaren horen naar ontwikkelaars helder te communiceren: eerst praten met de burgers. Voordeel is dat de ontwikkelaar in het vervolgtraject minder problemen te verwachten heeft: als hij rekening houdt met de zienswijze van omwonenden zijn minder bezwaarschriften te verwachten en lopen procedures soepeler. Een nadeel kan zijn dat hij minder verdiencapaciteit ziet op het project. Maar zolang hij de grond nog niet gekocht heeft, kan dit hoogstens leiden tot een lager bod en dus op den duur tot iets lagere en eigenlijk meer redelijke grondprijzen. En dat komt de uiteindelijke gebruikers van de gebouwen weer ten goede.

Wil Legemaat
Fokke Fennema
Marjan Bachman
Oscar Keet (plv commissielid)

Gepubliceerd op 19-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018