Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

DHE-plannen uitgesteld, alternatief D66 en CDA wordt doorgerekend

10 april 2013

Van harte ging het niet, maar het gaat wel gebeuren: het alternatieve plan van D66 en CDA wordt doorgerekend op haalbaarheid. De fracties worden daarbij betrokken. Dat werd aan het einde van een enerverende avond toegezegd.
Een uitpuilende raadszaal en acht insprekers: de betrokkenheid van de inwoners bij de bouwplannen in Haren-Noord is groot.

De insprekers hadden veel kritiek op de buitengewoon onzorgvuldige wijze waarop is omgesprongen met de 136 zienswijzen en op het niet nakomen van toezeggingen.
De gemeenteraad heeft de rol te toetsen of het bestemmingsplan voldoet aan de kaders die de raad eerder heeft gesteld. De raad moet ook beoordelen of de zienswijzen correct zijn beantwoord gegeven de kaders. Dat is de controlerende rol van de raad. De coalitiepartijen leken zich daar niet erg in verdiept te hebben, maar de oppositiepartijen D66, CDA en GVH toonden aan dat op verschillende cruciale punten het bestemmingsplan afwijkt van de kaderstelling. Duidelijk werd dat het college vrijwel nergens de kaders op een zorgvuldige manier als toets had gebruikt. Het lijkt duidelijk dat bezwaarschriften bij de Raad van State grote kans maken gehonoreerd te worden. En dan zijn we pas echt ver van huis.
Geschrokken door alle kritiek en onthand door de lawine aan inhoudelijke vragen, haalde het college het stuk van de agenda voor de raadsvergadering. De bedoeling is dat het in mei opnieuw opgevoerd wordt. Er zal dan ook gerekend zijn aan het alternatieve plan van D66 en CDA.
Een inspreker stelde de vraag: wie heeft het in Haren eigenlijk voor het zeggen? De GEM of het college? Welke belangen dient het college? Die van de samenleving of die van projectontwikkelaars? Verontrustend is in dit verband de reactie van wethouder Berends op de herhaalde vraag van D66 of de fracties van D66 en CDA betrokken kunnen worden bij het doorrekenen van hun plannen; zij hebben daar ideeen over. Berends wendde zich tot de directeur van de Gem en sprak daarna de volgende woorden: “Vanuit de GEM wordt geknikt, dus ja.”


De bijdrage van D66:

Bestemmingsplan deelgebied 5 en 6

D66 gaat ervan uit dat elk plan en zeker zo’n omvangrijk bestemmingsplan aan alle eisen en toezeggingen moet voldoen, voordat het aan de gemeenteraad mag worden voorgelegd. Wij toetsten het plan dan ook aan de afspraken uit het verleden en de normale vereisten.
Dit is misschien wel het grootste bouwplan dat Haren ooit heeft gekend en mogelijk het laatste dat we in eigen beheer kunnen vaststellen. Een reden temeer om ervoor te zorgen dat we als gemeenteraad goed kijken naar wat bij Haren past. En uitgerekend dit plan wordt gekenmerkt door haast en onzorgvuldigheid. En dat terwijl we de aanbevelingen van een raadsonderzoek en een rekenkameronderzoek hebben, die bij enkele coalitiepartijen selectief voor op de tong liggen. Een heel belangrijke conclusie daarin is dat haast en zorgvuldigheid zich moeilijk laten verenigen.

1. De wijze waarop de informatie is verstrekt aan de gemeenteraad.
Allereerst: veel te veel informatie om in tien dagen te verwerken.
Het plan is niet te vinden voor wie rechtstreeks op ruimtelijkeplannen gaat kijken en sinds een paar dagen pas via de gemeentelijke website.
En dan kom je er toevallig achter dat er een gemeentesite blijkt te bestaan waar alles op staat, maar waar we niets van weten, namelijk www.harennoord.com.
Vraag 1: u bent sinds 2010 verplicht de plannen digitaal te publiceren. Heeft u wel aan die plicht voldaan en zo niet, is de procedure dan wel rechtsgeldig?
Vraag 2: Wilt u ons toezeggen dat u vanaf nu ook de plannen gewoon digitaal op de gemeentelijke website zet?
De reactienotitie op de zienswijzen werd ons niet verstrekt, we moesten er naar vragen. De gegevens van de inloopmiddag over verkeer zijn niet verstrekt, we moesten er naar vragen.
Dan nog iets: in 2006 is ons toegezegd, je kunt het nalezen in de stukken, notulen en in de krant van toen, dat het stedenbouwkundig plan aan de raad zou worden voorgelegd. Dit is nooit gebeurd. We hebben wel ooit een presentatie gekregen van HKB, maar nooit in de raad erover gesproken.
Vraag 3: Waarom heeft u het stedenbouwkundig plan niet aan de raad voorgelegd?

2. In het verleden is er voortdurend gesproken over het bijstellen van de plannen aan de hand van de actuele woningbehoefte.
De monitor van de regiovisie is het sleutelwoord. Die monitor werd tot vorig jaar keurig via de gemeenteraad verwerkt in de woningbouwopgave. Ook in april 2012 beloofde u dat de raad voor te leggen, maar nu opeens heeft u de spelregels veranderd. Komen daar in raadsvergadering op terug.
Citaat uit de notulen van 18 december 2006, toen de SOK werd vastgesteld:
Mevrouw Van Duinen constateert dat het besluit een lange aanloop heeft gehad, waarbij is gebleken hoe betrokken de Harener bevolking is. GroenLinks heeft de afgelopen jaren beluisterd dat de bevolking niet tegen bouwen is, maar wel tegen het bouwen van volumes waarvan nut en noodzaak niet kunnen worden aangetoond en die het karakter van Haren kunnen aantasten. De prognose van bevolkingsgroei, waarop het bouwen van grote volumes gebaseerd was, is in enkele jaren ineengeschrompeld. Zoiets wekt geen vertrouwen bij een kritische bevolking.
GroenLinks is blij met de toezegging goed te monitoren op dit punt.
Ook PvdA, VVD, D66 hebben er vertrouwen in dat de monitoring zal behoeden voor bouwen van niet noodzakelijke volumes.
Nu ligt de bouw in heel Noord Nederland plat, staan er twee keer zoveel huizen te koop dan vijf jaar geleden, is de monitor bijgesteld naar éénderde van de oorspronkelijke opgave en nu gaat u in één keer grond voor 370 woningen bestemmen. De woningmarkt toont geen nut en noodzaak, integendeel.
Vraag 4: Waarom heeft u ervoor gekozen twee deelgebieden tegelijk te bestemmen? Wilt u ons nut en noodzaak eens uitleggen? Voor welk probleem is dit een oplossing?

3. U stelt (bladzijde 3, zienswijze 1) dat het aantal te bouwen woningen in overeenstemming is met de bouwopgave uit de Regiovisie.
Maar de nieuwbouwruimte van 2007-2019 was 1040 woningen. Daarvan zijn er 108 gerealiseerd tot en met 2011, zie HKB Stedenbouwkundigen, bijlage1/2, bladzijde 24. U had er in dat overzicht nog bij benadering 930 in de planning. Daar zat deelgebied 2 NIET bij.
Nu is de bouwopgave bijgesteld naar 786. Dat betekent dat u 146 woningen méér op stapel hebt staan dan gebouwd mogen worden. Nog los van deelgebied 2.
Vraag 5: Hoe gaat u dat oplossen? Bent u het met ons eens dat de RUG een dooie mus verkocht is met de belofte dat er na 2020 gebouwd mag worden, omdat er met deze gang van zaken geen woningbouwcontingent meer over zal zijn?

4. Op bladzijde 2 stelt u dat het plan aan alle eisen uit LOP, DHE, GSP en GVVP voldoet.
In het LOP staat op bladzijde 65: Voor de bebouwing van de open gebieden (proefboerderij,
sportvelden) is een ruime opzet voorzien, corresponderend met een dichtheid van ca. 15 woningen
per ha. U bouwt er in deelgebied 5, het gebied dat daar bedoeld wordt, ruim 20/ha. ???
Vraag 6: Kunt u ons uitleggen hoe u dan kunt beweren dat het LOP gehandhaafd wordt?

5. In de stukken staat onder Kansen en Bedreigingen dat het Groenstructuurplan een bedreiging is voor het aantal uitgeefbare m2.
In maart 2012 zegt de wethouder toe dat minimaal het GSP gehandhaafd zal worden en zelfs “We willen meer doen dan dat”.
Vraag 7: Hoe kan het dan voldoen aan het GSP? En gaat u minimaal of meer doen aan het GSP en zo ja, hoe vangt u dan de tegenvallers op als er minder uitgeefbare grond is?

6. Er is geen deugdelijke verkeersparagraaf
Bladzijde 4: Tijdens de inspraak hebben wij aangegeven dat wij ons bij de verdere uitwerking van de verkeersafwikkeling zullen conformeren aan wat in het GVVP ten aanzien van deze ontwikkeling is aangegeven.
Dat is feitelijk onjuist. Op beide inspraakavonden in juni en september is gezegd door de wethouder dat er bij het bestemmingsplan een helder verkeersplan zou liggen. Anderhalf jaar geleden nog werd ons voorgespiegeld dat in het GVVP de uitwerking zou staan van alle verkeersproblemen. Toen het slechts een kadernota bleek, beloofde u dat het verkeer per project zou worden uitgewerkt. Maar u hebt dat niet gedaan. Er is geen verkeersplan bij dit bestemmingsplan geleverd. U komt uw toezeggingen niet na.
U stelt wel dat u zich gaat conformeren aan het GVVP, dat lezen wij dan als: wij gaan de adviezen opvolgen. In het GVVP staat op bladzijde 116: Het realiseren van een autoverbinding van de Oosterweg naar de Kerklaan en verder naar de Rijksstraatweg wordt in dit stadium wenselijk geacht. Bij de verdere ontwikkeling van Haren-Noord en bij de ontwikkeling van het RHP-HP wordt deze verbinding noodzakelijk geacht. U doet niets van dit al.
Vraag 8: Hoe kunt u nu zeggen dat het voldoet aan het GVVP?
Vraag 9: de plannen voor de verkeersproblematiek, die u levert zijn mogelijkheden, nergens staat dat het ook gaat gebeuren. De ontwikkelingen vragen om een oost-westverbinding, aangeraden wordt, het kan zus of zo, maar waar zijn de concrete maatregelen?
In het GVVP staat dat de Oosterweg verbreed zou moeten worden, maar u respecteert de wens van omwonenden op een inloopbijeenkomst, die geen bomen willen kappen en neemt helemaal geen maatregelen. MAAR DAARMEE IS HET PROBLEEM NIET OPGELOST. Wat die wens van de omwonenden betreft, daar gaat mevrouw Sloot nader op in, ik stel alleen vast dat het onbehoorlijk is dat u zo’n besluit neemt op basis van de mening van welgeteld zeven burgers, waarvan er slechts één aangeeft geen bomen te willen kappen.
Vraag 10: Hoe gaat u de ook door het GVVP verwachte verkeersprobleem WEL oplossen? En uit welke middelen wordt dat betaald?
In het stuk op bladzijde 4 staat een heel merkwaardige zin, die ook in de zienswijzenotitie terug te vinden is: “Verkeersonderzoek laat namelijk zien dat door de nieuwe woonwijk er niet veel meer verkeer bij komt, anders dan wat je mag verwachten bij de bouw van 370 nieuwe woningen.”
En wat mag dan verwacht worden, is een logische vraag. Nou, die nieuwe woningen zorgen voor een verviervoudiging van het huidige gemotoriseerde verkeer: 900 nu, er komen er 2700 bij.
Vraag 11: Hoe heeft u die verviervoudiging opgelost voor u zoiets kunt stellen?

7. Bladzijde 7: U heeft een intentieovereenkomst met het waterleidingbedrijf over de bronnenstrook.
Wij begrepen dat het convenant nog niet gesloten is. Indien niet voor 1 april, dan ligt alles open, zo staat in de intentieovereenkomst. Het is nu 9 april. In de bijlage en toelichting 1/2 staat op bladzijde 14 dat het wel tot onteigening kan leiden. (18-12-2012) Uit de zienswijze van het waterbedrijf begrijpen wij dat dit bedrijf beslist opgenomen wil zien dat:
Vraag 12: Hoe staat het er mee? Heeft u nog wel een intentie-overeenkomst? Wat betekent die passage? Het is nog niet rond, begrepen wij donderdag, mogelijk zijn we gedwongen dure monumenten aan te kopen.
Vraag 13: Hoe kunnen we een bestemmingsplan vaststellen, als we niet weten wat ons boven het hoofd hangt? En valt de financiering van eventuele monumenten binnen de GEM of er buiten? Vindt u niet dat het waterleidingbedrijf wel een erg sterke onderhandelingspositie krijgt, als het bestemmingsplan zou worden goedgekeurd?
Vraag 14: Indien het tot onteigening moet komen, zult u moeten aantonen dat het algemeen belang er overtuigend mee gediend is. Hoe wilt u dat aantonen?

8. We hebben een motie sociale woningbouw in gediend door GL, CDA, CU, D66 en GVH, aangenomen in februari 2011 waarin staat dat de bouw van sociale woningen niet kan worden afgekocht in het DHE-gebied:
Op 26 maart 2012 zegt de wethouder in de gemeenteraadsvergadering (52.00 ev) over sociale woningbouw het volgende: “Over sociale woningbouw: Keiharde toezegging. Wij gaan pas naar de raad met een plan als er een afspraak is met een woningbouwcorporatie is over de bouw van sociale woningen. Nu stelt u voor weer te wachten tot het Woonplan! Niet acceptabel.
Vraag 15: hoe gaat u zich aan de motie houden en hoe gaat u deze toezegging gestand doen voor 22 april? Hoe kijken de indieners van de motie hier tegenaan?
Vraag 16: Indien u geen afspraak hebt met een woningbouwcorporatie, zouden Geveke en Heijmans woningen in de sociale sector kunnen bouwen om aan de verplichtingen te voldoen. Is dat besproken met G en H?

9. Bladzijde 8: De kosten van het aanpassen van de infrastructuur voor zover gelegen binnen de begrenzingen van het intentieovereenkomst gebied komen voor rekening van de GEM Haren Noord.
In oktober vertelde de heer Kamminga ons ook al dat alle kosten voor verkeersafwikkeling BUITEN het plangebied niet uit de grex betaald worden.
Vraag 17: wie betaalt de kosten van de in het GVVP geadviseerde verkeersmaatregelen bij de bouw van Haren-Noord?
Wethouder Berends stelde onlangs dat het fonds bovenwijks inzetbaar is. Donderdag vertelde de heer Kamminga dat de kosten uit het fonds bovenwijks kunnen komen waar al twee jaar een half miljoen in gestort is. Maar dat geld is in de begroting al bestemd tot en met 2019.
Vraag 18: Kunt u ons precies vertellen hoe het zit met dat fonds: ligt dat geld in een pot op ons te wachten of is het gewoon opgenomen in de algemene middelen? De reserves worden er toch mee opgehoogd. Kunnen wij dat geld gebruiken? Hoe rijmt u dat dan met uw eigen begroting?

10. Er is geen deugdelijke duurzaamheidparagraaf. Bij de vaststelling van de SOK, in december 2006, is door mijn partij gevraagd naar een kaderstellende notitie over onze duurzaamheidsambities. De wethouder antwoordde toen dat de voorkeur eraan werd gegeven bij elk deelplan afzonderlijk de duurzame ambities te formuleren. Dat is toen dus afgesproken, maar bij deelgebied 3 is dat niet geregeld en nu weer niet. Donderdag hoorden wij van intenties. Als we al iets geleerd hebben van deelgebied 3 dan is het wel dat er niets van komt als het niet tevoren 100% geregeld is.
In de Klimaatnota van november 2011, die met instemming is ontvangen en vastgesteld, staat op pagina 11: “met de GEM is overleg gevoerd over het stellen van duurzaamheidsdoelen voor deelgebied 3, maar helaas zonder het beoogde resultaat. Duurzaamheid Haren-Noord loopt, maar kansen doen zich pas weer voor bij de deelgebieden 5 en 6.”
Vraag 19: Waarom zouden we nu wel moeten geloven dat het in orde komt met de duurzaamheid?
Op welke wijze gaat u de toezeggingen van december 2006 gestand doen?

11. Bladzijde 8: Vraag 20: op grond waarvan valt dit plan onder de Crisis- en Herstelwet?

12. De zienswijzen: de raad heeft er op toe te zien dat de zienswijzen van de inwoners behoorlijk verwerkt zijn.
We moesten vragen om de reactienotitie, die werd er niet bij geleverd. De reactienotitie vinden wij beschamend. Hiermee schoffeert u de inwoners die serieus en betrokken van hun hun wettelijk recht gebruik gemaakt hebben.
Een van de indieners van een zienswijze, de heer Heikema van der Kloet, schreef ons een treurig overzicht: op maar liefst twintig punten was zijn zienswijze niet of onvoldoende beantwoord.
Er staan maar liefst meer dan vijftig taalfouten in, nog afgezien van kromme zinnen en leestekens. Het is voor de gemeenteraad ondoenlijk om na te gaan of alle 136 zienswijzen afdoende zijn beantwoord. Wij lezen dit document met plaatsvervangende schaamte.
U bent met geen enkele indiener van zienswijzen in gesprek gegaan, u kiest er voor om linea recta bij de Raad van State tegenover uw eigen inwoners te staan.
Vraag 21: wat voor figuur denkt u dat de gemeente Haren met dit document slaat bij de Raad van State? Imagoschade is wel het minste.
Was er niet een afspraak dat de stukken die naar buiten worden gestuurd, door meerdere personen gelezen zijn? Is dat gebeurd en zo ja, hoe beoordeelt u dan het resultaat?

13. Nu we het toch over de Raad van State hebben. De Raad van State toetst heel erg op het proces. Daar zijn nogal wat vraagtekens bij te zetten. Ook wat de afhandeling van de zienswijzen betreft: u bent met niemand in overleg gegaan. Een vereiste bij een nieuw bestemmingsplan is de voorwaarde dat het bestemmingsplan binnen de planperiode, 10 jaar, voltooid kan worden. De prognoses over de haalbaarheid van de verkoop van nieuwe woningen moet worden aangetoond met recent onderzoek. Dat is niet aanwezig in dit plan. Uit het voorliggende plan blijkt nergens dat dit haalbaar is. Er wordt wel van alles gesteld en verwacht, maar dat is nergens gebaseerd op toetsbaar onderzoek. U stelt op bladzijde 4: “Marktpartijen vinden met ons dat dit plan optimaal is afgestemd op de huidige marktsituatie. Wij hebben ook eens geinformeerd, bijvoorbeeld bij makelaars en die schudden verschrikt het hoofd.
Daarnaast is een financiele paragraaf een voorwaarde.
Vraag 22: Kunt u dit aannemelijk maken bij de Raad van State? Op welk recent onderzoek is uw veronderstelling gebaseerd? Kunt u ons vertellen welke marktpartijen u geconsulteerd hebt? En waar is de financiele paragraaf?

14. De boekwinst van 2,2 miljoen (begroting, pagina 91) die ontstaat op het moment dat een bestemmingsplan onherroepelijk wordt, voor het hele gebied in één keer hebt u al ingeboekt in de begroting van dit jaar. Dat is dus geld waarvan we absoluut niet weten of het ooit verdiend wordt. Want het geld is er pas als de kavels betaald worden. Daarmee voert u op de balans een waarde op, die er feitelijk niet is, maar ooit verwacht wordt. In de pers zijn analoge voorbeelden regelmatig te lezen.
Idem voor het bedrag van ruim 5 ton dat u in de meerjarenbegroting al hebt ingeboekt voor de komende jaren en waarmee u de reserves op peil brengt. Wij hebben daar ernstige bezwaren tegen gemaakt en de begroting mede om deze reden afgekeurd. U liep daarmee vooruit op de goedkeuring door de raad van het bestemmingsplan.
Vraag 23: Klopt het dat, wanneer het niet lukt om al die kavels te verkopen, we met een enorme strop zitten en grote bedragen als verlies moeten afboeken?
Hoe gaat u om met dit enorme risico? Wie neemt hiervoor de bestuurlijke verantwoordelijkheid?

Wil Legemaat

Gepubliceerd op 18-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018