Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Haren 2.0: college lijkt te meten met twee maten

6 februari 2013

In november werd het wereldkundig gemaakt: de gemeente Haren ging werk maken van Haren 2.0. Ook de burgemeester vertelde het in zijn nieuwjaarstoespraak. “Haren 2.0 is voor het college een nieuwe manier van communicatie”, zei hij, “met de lering van 2012 gaan wij voor Haren 2.0”. Wat het precies inhoudt en hoe het wordt aangepakt, werd niet duidelijk. Wel konden we waarnemen dat wethouders en burgemeester twitteraccounts maakten, met hun functies in het profiel. De twitterberichten zelf riepen vragen op bij de fractie van D66:

1. Mogen wij aannemen dat tweets en andere uitingen van collegeleden in de( sociale) media altijd door het gehele college gedragen en ondersteund worden?
2. Zijn er afspraken, protocollen, gedragscodes ten aanzien van het gebruik van sociale media? Zo ja, welke zijn die?
3. Hoe verhoudt het project Haren 2.0 zich tot de reguliere communicatie van de gemeente Haren
De antwoorden van het college op deze vragen verbaasden de fractie zeer. Wat bleek? De tweets hoeven niet noodzakelijk een collegestandpunt weer te geven, er zijn geen afspraken, men is aan het pionieren geslagen en wil proefondervindelijk wijzer worden en het lijkt de bedoeling dat dit soort snelle communicatie op den duur de traditionele communicatie gaat vervangen.

Nu heeft D66 in het afgelopen jaar ervaren hoe belangrijk een eenduidig collegiaal standpunt werd gevonden door het college en heel Haren heeft op 21 september ervaren hoe onbezonnen omgang met de sociale media kan uitwerken. Reden voor een serie vervolgvragen!

U vindt ze hier:

Geacht college,
De fractieleden van D66 hebben met verbazing kennis genomen van uw antwoorden op hun vragen van 29 december 2012 over Haren 2.0. Elk van uw antwoorden roept nieuwe vragen op.
A. Antwoord op vraag 1. U stelt dat op dit moment de tweets van collegeleden niet noodzakelijk het collegestandpunt hoeven te verwoorden. U vraagt u zelfs af of dat überhaupt wel wenselijk is.
B. Antwoord op vraag 2. U stelt dat Haren 2.0 in de pioniersfase/ de onderzoekende fase verkeert, dat pionieren noodzakelijk is om de meerwaarde van sociale media te leren kennen en dat u proefondervindelijk wijzer wilt worden. Haren kent geen eigen protocol en uit uw antwoord wordt niet duidelijk of u de algemene protocollen van bijvoorbeeld ‘Ambtenaar 2.0’ gebruikt. Ook stelt u dat u in de ontwikkelingsfase met de raad van gedachten wilt wisselen.
C. In het antwoord op vraag 3 wekt u de suggestie dat u het voor mogelijk houdt dat uitingen in de snelle sociale media op den duur de traditionele media kunnen vervangen. U stelt dat de traditionele communicatiemiddelen blijven bestaan voor de doelgroep die nog niet ‘interactief opereert’.

A. Wij roepen graag in herinnering welke commotie is veroorzaakt door de toenmalige burgemeester, de collegeleden van VVD en PvdA en de fracties van VVD, PvdA, GL en CU, nadat de D66-wethouder Gerben Pek in een interview expliciet zijn persoonlijke mening gaf over de gewenste fusiepartner indien het ooit tot gemeentelijke herindeling zou komen. Tevens roepen wij graag in herinnering dat wethouder Pek met een motie van treurnis werd geconfronteerd waarin als een van de redenen genoemd werd dat hij zich in de pers had uitgelaten over iets dat niet tot zijn portefeuille behoorde en waardoor hij ‘derhalve niet namens het College heeft gesproken’. In de media zijn de reacties van de VVD, PvdA, GL en CU te bundelen onder de opvatting dat ‘een lid van een college geen andere mening mag hebben dan die van het voltallige college’. Toenmalig burgemeester Fennema heeft er tweemaal een weblog over geschreven, uiteraard ook als uitdrager van het collegestandpunt. Zie week 48 en week 52 van het jaar 2011. In de weblog van week 48/2011 schrijft de heer Fennema over het gebruik van sociale media in relatie tot collegiale standpunten: “In de huidige tijd wordt er steeds meer gebruik gemaakt van sociale media: twitter, facebook, hyves en internetsites met een forum. Ik ben van mening dat het vanuit het uitgangspunt van collegiaal bestuur bepaalde risico’s met zich meebrengt als collegeleden voor de communicatie gebruikmaken van deze sociale media. Alleen collegiale standpunten lenen zich daarvoor, anders spreekt de afzender voor zichzelf en dat kan – als en zolang iemand lid van het college is – niet. Hij spreekt of schrijft namelijk in functie. De ontvanger van een bericht van een collegelid mag er staatsrechtelijk altijd van uitgaan dat het woord namens het college is gevoerd of geschreven en het college kan daar dan ook op aangesproken worden. Een verkeerd gebruik van communicatiemiddelen kan niet alleen de lokale overheid in problemen brengen, maar ook collega’s in een college. […] Kortom, de speelruimte van een individueel collegelid is beperkt.” Gelet op het standpunt dat de huidige coalitiefracties in 2011 en 2012 innamen, gelet op het feit dat het huidige coalitieakkoord niet van een verandering van opvatting in deze rept, gelet op het standpunt dat de heer Fennema eind 2011 namens het toenmalige college neerzette, gaat de fractie van D66 ervan uit dat dit standpunt nog altijd actueel is. Dat brengt ons bij de volgende vragen:
Vraag 1. Alle collegeleden twitteren met vermelding van hun bestuurlijke functie. Daarmee ‘in functie’. U stelt dat de berichten niet per se het collegestandpunt hoeven te verwoorden. Hoe is dit te rijmen met het collegestandpunt zoals destijds verwoord door de heer Fennema en met het standpunt van de raadsfracties die thans de coalitie vormen? Is er verandering van opvatting, zo ja, waarom is dat niet met de gemeenteraad gecommuniceerd? Zo nee, meten het college en de coalitiefracties met twee maten?
Vraag 2: op welk moment in de ‘ontwikkelingsfase’ en op welke wijze wilt u met de raad van gedachten wisselen?
Vraag 3: Worden de protocollen van ‘Ambtenaar 2.0’ wel gehanteerd?

B. In de afgelopen jaren is in de gemeentepolitiek van Haren een flink aantal keren duidelijk geworden hoe belangrijk zorgvuldige communicatie is. In het algemeen is gebleken welke gevaren er aan het gebruik van sociale media kleven. Verscheidene ambtsdragers in den lande hebben hun carrière moeten beëindigen dan wel hebben schade aan hun carrière gebracht door een onzorgvuldig gebruik van sociale media. Ook in Haren hebben we inmiddels ervaring met de explosieve gevolgen van een spontane twitter (wethouder Kouwenhoven richting Geen Stijl). Kortom: de basisregel van zorgvuldige communicatie is: ‘bezint eer gij begint’ en dat gaat zeker op ten aanzien van razendsnelle en feitelijk onbeheersbare sociale media. Het bevreemdt de fractie van D66 dan ook zeer dat u op deze experimentele wijze aan dit project Haren 2.0 begonnen bent. Pas als de meerwaarde van het gebruik van sociale media is gebleken, gaat u protocollen opstellen. En pas dan gaat u de relatie met andere communicatiemiddelen leggen (antwoord op vraag 2 van onze vorige vragen). De fractie van D66 vindt dat, gezien de gevaren die kleven aan gebruik van sociale media, de wereld op zijn kop. Wie een auto gaat besturen hoort een rijbewijs te hebben. En niet op de bonnefooi de weg op te gaan om te ondervinden of hij misschien kan rijden en te ontdekken waar de rem zit, laat staan om onderweg pas te gaan leren wat de verkeersregels zijn.
Vraag 4: Bent u het met ons eens dat juist bij de deelname van ambtsdragers op sociale media een zorgvuldige voorbereiding en transparante protocollen voorwaarden zijn? Zo ja, hoe rijmt u dat met uw aanpak van Haren 2.0? Zo nee, kunt u ons uitleggen waarom dat in dit domein niet nodig is?

C. Bedrijven en ook gemeenten geven (veel) geld uit aan communicatieafdelingen en voeren intern overleg over de uit te dragen standpunten. Dit om ervoor te zorgen dat het weloverwogen, onderbouwde en daarmee te verdedigen uitlatingen zijn. Sociale media en dan met name Twitter nodigen gebruikers juist uit om primair en in korte one-liners hun standpunten uit te dragen. Dit past niet in rollen waarbij de functie onder (democratische)controle staat en dus alle uitlatingen per definitie verdedigbaar moeten zijn. Zie ook de weblog van de heer Fennema. Standpunten en meningen van bestuurders dienen altijd goed onderbouwd te zijn, en dat kan niet in de kleine ruimte die geboden wordt door een medium als Twitter. De gemeente heeft een website voor nieuwsberichten en kan de standpunten van de bestuurders, met behulp van de ambtelijke organisatie onderbouwen in de gemeentelijke stukken, die ook nog eens ter controle worden voorgelegd aan de gemeenteraad. Het is maar de vraag of een medium als Twitter hieraan kan bijdragen of dat het eerder verstorend en verwarrend werkt.
Vraag 5: Op welke wijze ziet u de sociale media de rol van de traditionele media overnemen?
Vraag 6: Indien uitingen in de sociale media niet noodzakelijk collegiale standpunten hoeven te zijn, hoe moeten de lezers die uitingen dan interpreteren en waarderen? Krijgen burgers die op sociale media actief zijn dan mogelijk andere informatie dan de burgers die de traditionele informatie tot zich nemen?

Gepubliceerd op 06-02-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018