Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Integriteit: is geen antwoord ook een antwoord?

14 maart 2012

Op verzoek van GVH stond het onderwerp ‘Integriteit’ vanavond op de agenda van de raadscommissie. Aanleidingen waren de parkeerbonnenaffaire en de onregelmatigheden met de bouwvergunning van Intermezzo. Het had Mariska Sloot van GVH veel moeite gekost het onderwerp op de agenda te krijgen en het merkwaardige feit deed zich vanavond voor dat burgemeester Bertus Fennema de meeste vragen niet beantwoordde en na aandringen zelfs doodleuk zei dat hij ‘vragen die hij niet zinvol vond’ ook niet ging beantwoorden. Het ging bijvoorbeeld om de vragen of het laten verdwijnen van dossierstukken een strafbaar feit is en of daar geen aangifte van gedaan moet worden. Idem voor het verscheuren van parkeerboetes? Zijn er maatregelen genomen tegen personen die zich niet aan de wet hielden? Idem om ervoor te zorgen dat er geen stukken meer zoekraken. Er kwam geen antwoord en aan een intern onderzoek had Fennema ‘geen behoefte’, zo zei hij. Nu is geen antwoord meestal ook een antwoord. Daar moet ieder maar het zijne van denken. Feit is dat leden van het college horen te antwoorden op raadsvragen. Raadsleden kunnen onmogelijk hun werk goed doen als zij geen fatsoenlijke antwoorden krijgen op vragen.

De bijdrage van D66

Het lag niet in de bedoeling vragen te stellen over de parkeerbonnen, maar Marion Rohrich (GL) vertelde enkele pertinente onwaarheden, die zij merkwaardigerwijs meteen daarna ontkende gezegd te hebben (de webstream is echter ongenadig), die een reactie/correctie behoefden. Zo noemde Rohrich wethouder Gerben Pek de klokkenluider die alles breeduit in de publiciteit had gebracht. Ook zei zij dat het ging om parkeerbonnen van mensen die eigenlijk een parkeerontheffing hadden, die door wat voor reden dan ook even niet achter de ruit lag. Aan het college dus maar de volgende vragen gesteld: – Hadden alle personen van de verscheurde bekeuringen een parkeerontheffing? Antwoord: nee, er waren ook mensen bij die helemaal geen ontheffing hadden en die gewoon geen of een ongeldig kaartje achter de ruit hadden liggen. – Heeft wethouder Pek de bonnenaffaire naar buiten gebracht? Antwoord: voor 100% zeker dat het niemand van het college was, dus ook wethouder Pek niet.

Algemeen

We leven tegenwoordig in een cultuur waarin we ervan uitgaan dat als iets op papier staat, het allemaal goed geregeld is. Wat integriteit betreft hebben we in Haren prachtige papieren: gedragscodes voor politieke ambtsdragers, voor de ambtelijke organisatie, integriteitverklaringen, er is een klokkenluidersregeling, op papier is alles piekfijn geregeld. Politieke ambtsdragers dienen zelfs het voorbeeld te zijn voor de ambtelijke organisatie en voor de burgers. Ik neem aan dat iedereen hier de papieren gedragscodes kent. Maar dan komt de praktijk. En daar hebben we wel wat vragen over. Intermezzo We kunnen aan de hand van de antwoorden van het college op schriftelijk gestelde vragen en op basis van de ter inzage gelegde informatie een aantal constateringen doen. 1. Dat er stukken zijn verdwenen uit het dossier. 2. Dat er wel kopieën zijn van een deel van de verdwenen stukken. 3. Dat er een collegevoorstel ligt uit februari 2010 en een brief van de toenmalige gemeentesecretaris waaruit blijkt dat er conform dat voorstel aan de heer Bruns toestemming wordt gegeven voor bouwen zonder dat het bestemmingsplan is gewijzigd. Wat wel had gemoeten. Wat er in de tussentijd is gebeurd, of het voorstel in het college besproken is en goedgekeurd, is niet te achterhalen: ook die informatie ontbreekt kennelijk in het archief.

Vraag:
Wie is er verantwoordelijk voor het dossier waaruit stukken zijn verdwenen? En als u dat niet kunt achterhalen: mankeert er dan niet iets aan uw procedures?
Wat er ligt is dus de kopie van een voorstel aan het college. Een voorstel om Bruns toestemming te geven te gaan bouwen zonder de noodzakelijke bestemmingsplanwijziging. Dat hebben we gelezen en de eerste en niet onbelangrijke conclusie is dat de bedoelingen op zich niet verkeerd waren, men was er niet op uit zich persoonlijk te verrijken of zoiets. Men wilde vaart maken met de bouwactiviteiten op het Raadhuisplein. En om dat te bereiken ging men, zoals sommige mensen uit de bouw het zouden benoemen: met de genade meewerken. Maar de methode was wel degelijk verkeerd. Er wordt voorgesteld -en nu citeer ik- ‘willens en wetens laten bouwen waar dat zonder vergunning niet mag’. Een unicum, meldt het voorstel letterlijk, ‘u heeft dit in andere situaties nooit eerder toegestaan’. En: als college kiest u hier bewust voor. In vergelijkbare gevallen werkt u niet mee. U wordt geacht als gemeentelijke overheid de regels goed en consequent toe te passen. Enfin, mevrouw Sloot heeft hier al genoeg over gezegd en vragen gesteld. Ik wil me even beperken tot een waarschuwing uit het stuk. Waarschuwing voor imagoschade, een onderwerp dat de meerderheid van de raad na aan het hart ligt, zo hebben we onlangs gemerkt. Dat onderwerp wordt door velen nogal verschillend geïnterpreteerd en om misverstanden te voorkomen hecht ik eraan het vanavond even te benoemen. De imagoschade die ontstaat door dit dossier, is rechtstreeks veroorzaakt door degenen die verantwoordelijk zijn voor het gesjoemel met die bouwvergunning. Zij hebben bewust dat risico op imagoschade genomen. Dus komt u er later niet mee aan te beweren dat degene die vragen is gaan stellen over de boom die plotseling weg moest bij de bouw van Intermezzo de gemeente imagoschade berokkent, of de partijen die er helderheid over willen, nee de imagoschade staat op rekening van de mensen die daar bewust voor kozen. Ik heb er twee vragen over: 1. Bent u het eens met wat ik net stelde? 2. In het collegevoorstel wordt een voorstel gedaan om de imagoschade te beperken: ‘een korte publicatie in de krant met het accent op het publiek belang.’ Is deze advertentie inderdaad geplaatst?
Of er een collegebesluit is genomen zegt u niet te weten. En als het er al was is het huidige college verantwoordelijk. Daar kunnen de verantwoordelijken van toen zich altijd achter verschuilen. Maar integriteit begint met moraal. De moraal van individuen. Toen ik mij kandidaat stelde voor het raadslidmaatschap werd ik gewaarschuwd door een verre voorganger van mij, Olga Scheltema. “Het is niet altijd goed voor je karakter”, zei zij. “Je wordt er cynisch van”. Nu, ik kan u zeggen dat zij gelijk kreeg: het is zover. Ik word ongelooflijk cynisch als ik zie dat er op dat collegevoorstel dat bedoeld is om te gaan sjoemelen met de bouwvergunning de paraaf staat van mensen, hier in deze zaal aanwezig. Zij hebben zich daarmee impliciet verantwoordelijk gemaakt voor het risico van imagoschade voor de gemeente. Maar twee weken geleden stemden dezelfde mensen met zichtbaar enthousiasme in met een motie van treurnis tegen een wethouder die niet anders heeft gedaan dan DESGEVRAAGD een collegestandpunt verkondigen en die zich voor het overige alleen maar inspant voor transparantie, geheel conform de papieren gedragscodes. Ik kan het niet rijmen. Maar misschien kunnen mevrouw Toxopeus en de heer Berends, want om hen gaat het, mij dat uitleggen?

Vraag aan de voorzitter van het college:
Kunt u ons garanderen dat een volgend college niet ook weer wordt opgezadeld met akkefietjes rond integriteit uit het verleden?
Antwoord van Bertus Fennema
Fennema antwoordde alleen op de twee vragen rond de parkeerbonnen. Over de verdwenen stukken deed hij luchtig, zoiets kon gebeuren. Wel opmerkelijk dat er uitgerekend van die verdwenen stukken kopieën opdoken, die iemand om hem moverende redenen alvast gemaakt had. Dat was Fennema met mij eens.

Wil Legemaat

Gepubliceerd op 19-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018