Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Raadsonderzoek: belangrijk rapport of onbenullig briefje?

24 februari 2012

De tweede dag van het raadsonderzoek is de beurt aan Peter van den Bosch, in 2009 ambtelijk opdrachtgever van het project Haderaplein, Gerben Pek, huidig wethouder, De heer M. Sotthewes van Draaijer en Partners en de voormalige wethouders Theo Berends en Jeroen Niezen.

Verschil in perceptie
Opmerkelijk is dat er een groot verschil bestaat in de wijze waarop men in het hele proces stond: het strakke keurslijf van het financiële kader lijkt het sommige mensen onmogelijk gemaakt te hebben nog open te staan voor signalen van buiten. Signalen dat het bouwplan (tweede keus, puur gekozen op verdiencapaciteit) niet gewaardeerd werd, signalen dat de financiële onderbouwing niet meer opging door de economische crisis. Optimisme tegenover realisme. Een sterke drive om nog voor de verkiezingen de aanbesteding rond te hebben. Het geloof dat de economische malaise maar een tijdelijk dipje was. Zoals gisteren projectleider Willem Schwertman verklaarde geen signalen over twijfels aan de financiele haalbaarheid te hebben opgevangen en zei zelf niet getwijfeld te hebben aan de passendheid van het bouwplan, zo zegt Jeroen Niezen vandaag dat hij zich geen angst laat aanjagen door de crisis en dat het hem tot de dag van vandaag spijt dat het niet gelukt is het plan dat in zijn ogen best paste in het centrum voor de verkiezingen aan te besteden. Wethouder Gerben Pek daarentegen is van mening dat een plan dat niet de goedkeuring draagt van de bevolking en dat financieel is onderbouwd door cijfers van voor de crisis, moet worden heroverwogen. Het centrum verdient de beste bebouwing, zoals ook een ruime meerderheid in de raad vindt, getuige de beslissing in oktober 2010. Hij zegt volop signalen te hebben gekregen uit de ambtelijke organisatie, dat hun twijfels aan de financiele haalbaarheid van het plan stelselmatig waren genegeerd. En omwonenden die de plannen verafschuwden waren niet meer welkom in het gemeentehuis.
Peter van den Bosch erkent dat het gekozen bouwplan ‘niet daverend mooi’ was, maar “de raad had de kaders vastgesteld en daar moest het inpassen en de raad koos voor dit plan. U had ook voor een gedrocht (woontoren) kunnen kiezen dat nog meer opbracht.” Kortom: de gemeenteraad heeft het aan zichzelf te danken, was het nieuwe gemeentehuis in het Hendrik de Vriesplantsoen gebouwd, zoals aanvankelijk de bedoeling was, dan was het hele probleem er nooit gekomen.

De presentatie door KAW
De presentatie door KAW, mei 2009, waar projectleider Frits Kamminga zijn twijfels uitte over de verdiencapaciteit, die de ambtenaren zich herinneren en waar volgens hen het college aanwezig was, is de heren Berends en Niezen ook niet bijgebleven.

De twijfels aan de verdiencapaciteit
Frits Kamminga zegt regelmatig zijn twijfels geuit te hebben. Eppo van Koldam heeft waargenomen dat de twijfel groeide. Er zijn mails van ambtenaren onderling waarin zorg en twijfel wordt uitgesproken.
Willem Schwertman heeft geen signalen van twijfel opgevangen.
Jeroen Niezen kent de geluiden, maar zegt nimmer een officieel signaal of advies van ambtenaren te hebben ontvangen en zolang dat niet zo is “…is het maar een mening. Kamminga is ambtenaar en geen bestuurder”.

Het rapport van Draaijer en partners
Het rapport van Draaijer en Partners, door ambtenaren een ‘second opinion’ genoemd, met een inhoud die volgens Eppo van Koldam in juni 2010 ‘een enorme politieke implicatie’ heeft, lijkt steeds kleiner en onbeduidender te worden. Gisteren had Boumans het rapport al verkleind tot een weinig important documentje dat gaandeweg een steeds grotere lading heeft gekregen. Maar toen hij er voor het eerst van hoorde, begin juli 2010 had hij tegen Peter van den Bosch uitgeroepen: “Ben ik nou gek dat ik me dit niet herinner?”en was het voor hem en zijn college reden ogenblikkelijk een vertrouwelijke raadsvergadering uit te schrijven.
Jeroen Niezen, die het in zijn eigen verklaring in oktober 2010 nog een rapport noemt en zegt dat ‘de projectleider opdracht had gegeven voor doorrekenen van het project’, noemt het nu een ‘sommetje op een half A4-tje’. Heel merkwaardig, want hij geeft tweemaal aan het rapport zelf helemaal nooit gezien te hebben! Ook Theo Berends heeft het rapport nimmer gezien, maar heeft wel een mening over de inhoud en die heeft weinig indruk op hem gemaakt.
Waar in oktober 2010 door alle betrokkenen (Boumans was toen burgemeester, de drie voormalige wethouders allen raadslid) nog werd gesproken over het rapport als een ‘second opinion’ waarmee de cijfers van KAW kon worden vergeleken, nu noemen allen die vergelijking ‘appels en peren’.
Maar wat is het nu feitelijk voor rapport en welke opdracht was er gegeven? De heer Sotthewes van Draaijer en Partners: “De opdracht was de bouwenvelop te toetsen aan de financiele haalbaarheid en te adviseren of er bij de aanbesteding een onderwaarde moest worden aangegeven. Daartoe koppel je de bodemwaarde aan de opbrengstpotentie. Er moest 7,2 miljoen uitkomen en ik heb aangegeven dat onrealistisch te vinden.” Sotthewes is van mening dat zijn opbrengstschattingen realistisch waren en dat ze zelfs completer en meer precies waren dan die van KAW omdat er veel specifieker gekeken kon worden naar bouwkosten en parkeren. Al kon hij dat niet met zekerheid zeggen, want hij had meerdere keren gevraagd om de onderbouwing van de KAW-cijfers, maar die nooit gekregen. De bevindingen zijn vastgelegd in een rapport en daarin staat ook een advies voor de aanbesteding: als de gemeente per se 7,2 miljoen opbrengst wil, is het onverstandig om het project met die onderwaarde nu in de markt te brengen, want dan zal er geen enkele inschrijving komen. Wordt er geen onderwaarde opgenomen, dan zal het marktrealisme ervoor zorgen dat er een veel lagere bieding komt, want volgens D&P is de verdiencapaciteit miljoenen lager dan 7,2 miljoen. Van Kamminga had Sotthewes begrepen dat verscheidene mensen uit de organisatie twijfels hadden over de optimistische KAW-cijfers. “Ons rapport was de bevestiging dat dat klopte. Zoals ik me herinner is dat rapport zeer duidelijk en nadrukkelijk besproken in de stuurgroep.”
Feitelijk omvat het rapport acht bladzijden.

Is het rapport besproken in de stuurgroep?
Het rapport van D&P kwam op 10 februari 2010 binnen en op 17 februari was er een stuurgroepvergadering waar de beide wethouders, Peter van den Bosch, Peter Teerhuis en Frits Kamminga aanwezig waren.
In de stuurgroep deed Kamminga mededeling van de inhoud van het rapport. Volgens Berends is er in de stuurgroep wel gesproken over het advies, maar zijn er geen bedragen genoemd. Niezen zegt dat er juist een concreet bedrag is genoemd, maar geen advies. Dat bedrag was zo laag dat hij niet wilde geloven dat het realistisch was. Hij kon er niets mee, het paste niet in zijn wens door te pakken, hij wilde zich ook geen angst laten aanjagen voor de gevolgen van de marktontwikkeling: “Het risico kon hoogstens een scheur in je broek zijn”. Het rapport zelf is niet op tafel gekomen en geen van beide wethouders heeft toen en ook later ooit gevraagd om inzage in het rapport.
Kamminga zegt dat het gevolg van de bespreking was dat er besloten werd geen onderwaarde in de aanbesteding op te nemen.

Terugkoppeling van stuurgroep aan college
Niezen zegt dat er in de eerstvolgende collegevergadering zeker een kwartier gesproken is over het project, met name over het feit dat aanbesteding voor de verkiezingen niet zou lukken en dat hij daarbij de bedragen uit het rapport van Draaijer en Partners genoemd heeft, “in een bijzin of een hele zin”. Volgens zijn verklaring in oktober 2010 sprak hij daarbij ook zijn ongeloof uit in de juistheid van de bedragen.
Berends herinnert zich alleen dat het rapport in de collegevergadering gemeld is en dat er toen besloten is niet verder te gaan met de aanbesteding.
Anje Toxopeus zei gisteren dat het in haar herinnering ging over de vraag of er moest worden aanbesteed en dat “…daarbij geen ramingen zijn ingebracht als bestanddeel om iets te veranderen”.
Mark Boumans zei gisteren zeker te weten dat er geen bedragen zijn genoemd: “Als dat rapport sec aan de orde was geweest, dan hadden we er iets mee gedaan”.

Reden van opschorten aanbesteding
Werd gisteren door Toxopeus – “Wij vonden het politiek niet netjes die variant er door te drukken” en Boumans verklaard dat de aanbesteding werd opgeschort omdat verscheidene politieke partijen in de verkiezingscampagne zich sterk maakten voor een andere bebouwingsvariant en men het niet netjes vond een nieuwe politieke werkelijkheid in de wielen te rijden, Niezen heeft daar een totaal andere kijk op. Hij geeft aan het nog steeds te betreuren dat het niet gelukt is om het voor de verkiezingen aan te besteden. Ook Berends noemt dit de voornaamste motivatie om de aanbesteding op te schorten. Peter van den Bosch: “We wilden voor de verkiezingen klaar zijn. Het kwam net niet af en daar baalden de bestuurders van.”

Overdracht
Anje Toxopeus suggereerde gisteren dat er geen overdracht van het Haderapleindossier geweest is omdat wethouder Pek “…alleen maar iets wilde weten over de Meerweg”. Wethouder Pek zegt dat hij meermalen gevraagd heeft naar het dossier Haderaplein/Raadhuisplein, maar dat Niezen hem dat niet persoonlijk wilde overdragen. Niezen bevestigt dit: hij had Pek doorverwezen naar de ambtelijke organisatie, omdat daar meer kennis aanwezig was dan bij hem.

Wanneer kwam het rapport boven tafel
Wethouder Pek is stellig: op 29 juni 2010 leverde Frits Kamminga het complete dossier aan. Op 3 juli was hij het pakket aan het bestuderen toen wethouder Sieling bij hem binnenkwam en vroeg: “Heb je de datum op dat rapport gezien?” Pek zegt geschrokken te zijn van de inhoud en van de datum, maar nog het meest van de combinatie van die twee. In de eerstvolgende collegevergadering was het voltallige college unaniem en stellig: met spoed de raad vertrouwelijk informeren. Die vergadering was op 9 juli 2010.

Wil Legemaat

Gepubliceerd op 19-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018