Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Raadsonderzoek: terreur van financiële kaders

22 februari 2012

Vandaag, 22 februari, een stevige klus voor de commissie raadsonderzoek: zes verhoren.
Twee politici, voormalig wethouder Anje Toxopeus en voormalig burgemeester Mark Boumans, en vier mensen uit de ambtelijke organisatie: voormalig gemeentesecretaris Eppo van Koldam en de projectleiders Peter Teerhuis, Frits Kamminga en Willem Schwertman, pijnigen hun geheugen.
De verhoren verlopen plezierig, correct en professioneel.

Herinneringen
De herinneringen lopen bepaald niet synchroon; het zal nog niet makkelijk zijn daaromtrent conclusies te trekken. Enkele voorbeelden:
1. In mei 2009 is er een presentatie geweest door de projectleiding en KAW (het bedrijf dat de berekeningen van de verdiencapaciteit heeft gemaakt) voor het college. Tijdens die presentatie is door Frits Kamminga twijfel geuit over de door KAW gepresenteerde verdiencapaciteit. “Reken je niet rijk”, zou hij gezegd hebben.
Anje Toxopeus en Mark Boumans zeggen zich niet te herinneren dat zij bij die presentatie waren. Kamminga is wat betreft Toxopeus heel zeker: zij was bij die presentatie. Schwertman meent dat het voltallige college aanwezig was, maar hij kan zich weer niet herinneren dat er twijfels over de verdiencapaciteit zijn geuit.
Toxopeus en Boumans hebben wel veel meegekregen over de bouwplannen, de maquettes, de reacties van burgers enzovoort, maar daar waar tegenvallende opbrengsten worden gemeld (KAW-presentatie en melding rapport Draaijer en Partners in februari 2010) laat hun geheugen hen in de steek.
2. Het rapport van Draaijer en Partners wordt door de projectleiders een ‘second opinion’ genoemd, nodig voor de aanbesteding, maar is volgens Boumans slechts een berekening van de minimum opbrengst en beslist geen second opinion.
3. Het rapport van Draaijer en Partners is in februari 2010 ingekomen bij de projectgroep o.l.v. Kamminga, daar besproken en doorgestuurd naar de stuurgroep (waarin naast Kamminga en projectleider bestemmingsplan Peter Teerhuis de wethouders Niezen en Berends en directeur Peter van den Bosch zitting hadden) met het advies de uitkomsten niet te gebruiken als onderwaarde bij de aanbesteding. Omdat het project op dat moment stil lag in afwachting van betere economische tijden en de uitslag van de verkiezingen, betekende dat concreet dat er niets mee gebeurde. De vraag dringt zich op waarom Kamminga, die zo vaak twijfelde aan de verdiencapaciteit en die door het rapport in zijn twijfels grandioos bevestigd werd, besloot het verder niet te gebruiken.
Eind juni kregen de nieuwe wethouders Theo Sieling en Gerben Pek het rapport voor het eerst onder ogen. Hun schrik was groot, maar werd nog groter toen het rapport al vier maanden oud bleek.
4. Toxopeus en Boumans zijn ervan overtuigd dat ook zij pas eind juni voor het eerst van het rapport hoorden. Maar beiden zijn net zo overtuigd van de oprechtheid van Jeroen Niezen in zijn verklaring in de gemeenteraadsvergadering van oktober 2010 dat hij het rapport met cijfers en al in het college gemeld heeft. Hoe dat voor hen beide waar kan zijn wordt niet duidelijk.

Opmerkelijke zaken:
1. Er lijkt geen protocol voor dossiervorming en archivering te zijn. Dossiers worden naar eigen inzicht gevuld.
2. De financiële kaders die de raad heeft gesteld (krappe meerderheid van 9 tegen 8!) vormden voor vrijwel iedereen een wurggreep. Deze kaders bepaalden de keuze voor een bebouwingsvariant die bewoners niet wensten, deze kaders maakte voortdurend optimaliseren (verhogen van verkoopprijzen appartementen, verhogen van grondquota enz) noodzakelijk. De locatie is zelfs door een makelaar opgewaardeerd van toplocatie naar ‘absolute’ toplocatie. Daar zat wel een voorwaarde aan: het Raadhuisplein moest eerst een flinke upgrade krijgen en het daarvoor benodigde geld was niet in de plannen meegenomen.
Alleen Schwertman zegt zich goed te kunnen vinden in het volumineuze bouwplan dat in juni 2009 werd vastgesteld en in oktober 2010 weer in de prullenbak verdween. Kamminga vind persoonlijk (“maar mijn persoonlijke mening deed er natuurlijk niet toe”) dat het centrum er niet fraaier werd van de plannen van 2009.
3. Het is gebruikelijk dat bij grote projecten maar één bureau om een berekening wordt gevraagd.
4. Het rapport Draaijer en Partners kwam eind juni 2010 weer boven tafel en toen schrok iedereen daar vreselijk van. Van Koldam schreef in een mail aan het college dat het een ‘enorme politieke implicatie’ zou hebben. Waarom was die schrik er in februari niet?
5. In februari 2010 was duidelijk dat verscheidene politieke partijen de plannen wilden veranderen en toen werd besloten het dossier te laten rusten tot de politieke werkelijkheid van na de verkiezingen.

Iedereen lijkt vooral bezig te zijn geweest met zijn eigen werk, eigen portefeuilles en de zaken ernaast zijdelings gevolgd te hebben. Van Koldam wilde zijn collega Van den Bosch niet voor de voeten lopen, de interesse van Toxopeus lag meer bij de invulling van het bouwplan en de reacties van burgers dan bij de financien. Boumans noemt het project ‘rommelig’ verlopen en ook Van Koldam meent achteraf dat er wel wat meer sturing had mogen zijn.

Toxopeus vindt het nodig mee te delen dat in haar beleving de huidige wethouder Gerben Pek ‘de uitstraling had’ geen overdracht te wensen van Jeroen Niezen. Zij meent zelfs te weten dat Pek ‘alleen maar iets wilde weten over de Meerweg’.

De meest opmerkelijke uitspraak van deze dag is van Mark Boumans: “Hoe ik terugkijk op die periode is de enige correcte werkelijkheid.”

Morgen de tweede dag. Met ondermeer de voormalige wethouders Theo Berends en Jeroen Niezen.

Gepubliceerd op 19-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018