Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Rapport onderzoek Raadhuisplein/Haderaplein adviseert: het moet professioneler

April 2012

Op donderdag 26 april werd het rapport van de onderzoekscommissie ‘Raadhuisplein/ Haderaplein’ gepresenteerd. Een gedegen, goed gestructureerd en helder geschreven rapport. Alle lof voor de onderzoekers René Valkema, Fokke Fennema en Bernard Prenger en het begeleidende bureau BING. De onderzoekers hebben de ‘papieren’ dossiers uitgebreid onderzocht. Digitaal onderzoek naar eventueel gewiste documenten leek zinloos toen bleek dat de laatste backup dateert van september 2010. Daarnaast werden in februari elf betrokkenen onder ede gehoord.

De feiten
Het draait vooral om het rapport van draaijer+partners. Een rapport van acht pagina’s, dat door de opsteller zelf ‘advies haalbaarheid GREX’ en later een ‘second opinion’ wordt genoemd. Het rapport maakt een inschatting van de verdiencapaciteit van het Haderaplein en die ligt 2,8 miljoen lager dan het rapport van KAW aangaf, waarop de aanbestedingsenvelop gebaseerd was. De ontwikkeling van het Haderaplein moest nu eenmaal een enorm bedrag opbrengen, waarmee het gemeentehuis moest worden bekostigd. Draaijer+partners was gevraagd een advies te geven over de vraag of er een ondergrens moest worden aangegeven bij de aanbesteding. Om die te kunnen aangeven werd de verdiencapaciteit doorgerekend. Dit rapport werd op 10 februari 2010 aangeboden, maar kwam pas in juli ter kennis van de gemeenteraad. Hoewel de voormalige collegeleden tijdens de verhoren collectief stevig aan ‘downplayen’ deden, waarmee het rapport kromp tot wat voormalig wethouder Jeroen Niezen ‘een sommetje op een half A4-tje’ noemde, noemden ambtenaren en de heer Sotthewes van draaijer+partners het wel degelijk een ‘second opinion’. Zo was het ook in juli 2010 aan de gemeenteraad gepresenteerd en het werd toen niet ‘verkleind’ door burgemeester Boumans, noch door de drie voormalige wethouders, die in juli alle drie in de raad zaten. Feit is dat draaijer+partners in hun rapport stellen dat de berekening (van KAW in juni 2009) dat het Haderaplein 7 miljoen gaat opbrengen ‘onrealistisch’ is. Het advies was dan ook: de aanbesteding uitstellen. Feit is dat het rapport is besproken in de stuurgroep, in aanwezigheid van de wethouders Niezen en Theo Berends. Maar beiden beweerden ook het rapport zelf nooit gezien te hebben. Volgens Niezen heeft hij er daarna in het voltallige college zeker een kwartier over gesproken en het rapport ook genoemd, maar dat kunnen voormalig burgemeester Mark Boumans en de wethouders Berends en Anje Toxopeus zich niet herinneren. Feit is dat Niezen heeft besloten niets met het rapport te zullen doen, omdat hij de uitkomsten zo laag vond, dat hij het ongeloofwaardig vond en ‘er niets mee kon’. Hij zei tijdens het verhoor een nader onderzoek te willen naar de uitkomsten van draaijer+partners. Dat onderzoek heeft hij echter niet ingesteld. Feit is dat er door de projectleider informeel vaak waarschuwingen ten aanzien van de verdiencapaciteit werden gegeven, maar dat die niet werden opgepikt door wethouder Niezen, want zolang de waarschuwingen niet als ambtelijk advies op papier werden geserveerd, was het volgens Niezen ‘maar de mening van een ambtenaar’. De bijeenkomst waarop de projectleider zegt zijn twijfels hardop geuit te hebben en waar volgens hem het voltallig college aanwezig was, lijkt collectief niet in de geheugens van de collegeleden te zijn opgeslagen.

De onderzoeksvragen

De belangrijkste bevindingen zijn natuurlijk de antwoorden op de onderzoeksvragen.

Vraag 1. Heeft het college voldaan aan de actieve informatieplicht rondom het project Raadhuisplein/Haderaplein in de periode juni 2009 tot en met juli 2010? Antwoord: De raad is niet tijdig geïnformeerd over de notitie van draaijer+partners en de daarmee samenhangende gevolgen. En dat had wel gemoeten. Temeer daar het project een belangrijke rol speelde tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. De onderzoekscommissie kan niet concluderen dat het college als geheel en/of bewust informatie voor de raad heeft achtergehouden. De informatie over een substantiële afname van de verdiencapaciteit van de ontwikkeling van het Haderaplein was bekend bij de wethouders Niezen en Berends, beiden lid van de stuurgroep, maar de herinneringen van collegeleden zijn zo verschillend dat het niet met zekerheid is te zeggen of het gehele college op de hoogte was.

Vraag 2. Heeft het college in de periode juni 2009 tot en met juli 2010 de beschikking gehad over alle relevante informatie om aan die plicht te kunnen voldoen?

Antwoord: Nee, het college is niet, althans niet passend, geïnformeerd over het advies van draaijer+partners. Dit geldt zowel in de lijn van ambtelijke organisatie naar college als van portefeuillehouder naar college. Het project gold als een belangrijk, politiek relevant project, een zogenaamd ‘A-project’, waar een hoge mate van sturing en informatieoverdracht bij verwacht mag worden. Maar daar is de commissie niets van gebleken. De notitie van draaijer+partners is niet of nauwelijks inhoudelijk besproken door het college. Er zijn onvoldoende inspanningen gedaan om aan de principes van transparantie invulling te geven. De interne kritiek op de financiële haalbaarheid heeft niet geleid tot een ambtelijk advies. Met de informele kritiek is niets gedaan. Het handelen van portefeuillehouder Niezen stond op gespannen voet met kernbegrippen als openheid en informatieverstrekking uit de gedragscode.

3. Op welke wijze heeft het college zich ingespannen om op de hoogte te blijven van de voortgang van het project? Antwoord: Hoewel het om een zogenaamd ‘A’-project (=politiek relevant) ging, waarbij het college voortdurend goed op de hoogte had horen te zijn, heeft het onderzoek uitgewezen dat het beslist niet zo is behandeld. Het project kwam zelfs de leden van de stuurgroep rommelig voor en er kan niet gesteld worden dat het college zich inspande om zorgvuldig op de hoogte te zijn van het project. De uitwisseling van informatie had een adhoc-karakter en er is geen signaal afgegeven toen bleek dat de gestelde kaders niet meer spoorden met de realiteit. Feitelijk zou het college al bij de presentatie van de nieuwe, veel hogere cijfers door KAW, in juni 2009, om een second opinion hebben moeten vragen.

De aanbevelingen

Misschien wel het belangrijkst zijn de aanbevelingen: 1. Wees terughoudend met koppeling van projecten. Het Haderaplein moest een bepaald bedrag gaan opleveren waarmee de bouw van het gemeentehuis gefinancierd moest worden. Die koppeling vormde een keurslijf en zorgde er mogelijk voor dat de blik maar naar één kant gericht was. 2. Maak van de terugkoppeling over grote, belangrijke projecten een vast agendapunt op de collegeagenda. 3. Houdt de rollen helder en pas de projectstructuur consequent toe. 4. Stel richtlijnen op voor gedegen dossiervorming en archivering. 5. Zorg voor goede verslaglegging en voor regelmatige en adequate informatievoorziening. 6. Maakt ruimte voor kritische geluiden, organiseer ‘tegenspraak’ en zoek vormen om hier iets mee te doen. 7. Laat de raad een meer duale houding aannemen, dit zorgt voor betere besluitvorming.

Heeft het onderzoek nieuwe zaken aan het licht gebracht?
Nieuwe feiten zijn er niet te melden. Dat er een rapport was, waarvan Niezen en Berends op de hoogte waren, wisten we al en dat het niet aan de raad gemeld is, ook. Dat er geen eenstemmigheid is over de vraag of het hele college op de hoogte was, was ook bekend. Hoe het kan bestaan dat de projectleider en twee wethouders op de hoogte zijn van tegenvallende cijfers en dat daar niets mee gedaan wordt, blijft een cruciale vraag, die helaas niet wordt beantwoord. Wie de hele gang van zaken zo keurig onderzocht en op een rij gezet ziet, schrikt toch van de rommeligheid en het amateurisme die dit grote en belangrijke en politiek gevoelige project kenmerken. Het is niet verheffend voor de politiek en niet voor de organisatie. Geen richtlijnen voor dossiervorming, geen structurele terugkoppeling in het college, geen degelijke verslaglegging, ambtelijke signalen die niet worden opgepikt, geen duidelijke regie en veel te veel ruimte voor individueel gedrag en eigen interpretaties. Hier moet een flinke professionaliseringsslag gemaakt worden. Het is dan ook te hopen dat het gemeentebestuur de aanbevelingen serieus neemt en er iets mee gaat doen. De fractie van D66 zal in elk geval de laatste aanbeveling – een meer duale houding- serieus nemen.

Waarde van het onderzoek

De grote waarde van dit onderzoek is dat het een helder beeld geeft van de wijze waarop de gemeente Haren omsprong met een belangrijk project. Het is niet te hopen dat dit project symbolisch is voor alle grote projecten, maar we hebben geen zekerheid dat het een uitzondering was. De aanbevelingen kunnen dus worden toegepast op de hele organisatie. Moeten worden toegepast, want de tijd dat we achter op een sigarendoos de berekeningen maken, elkaar even in de ogen kijken, een deal hebben en naar eigen goeddunken doordraven, ligt al decennia achter ons. Een mooie uitdaging voor de nieuwe burgemeester!

Wil Legemaat

Gepubliceerd op 19-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018