Steun ons en help Nederland vooruit

Publicaties

Vertrouwen is goed, transparantie is beter: onderzoek Rekenkamercommissie dossier Intermezzo, juli 2012

12 juli 2012

Tijdens de raadsvergadering van 26 maart 2012 diende de fractie van D66 een motie in waarin werd gevraagd om enerzijds een onderzoek te starten dat duidelijkheid zou verschaffen rond het ‘dossier Intermezzo’ en dat anderzijds een leerzaam inzicht zou geven in de communicatie rond dit dossier en in de verscheidene rollen van college, raad en raadsgremia. Deze motie werd raadsbreed aangenomen. In overleg tussen Rekenkamercommissie en de zeven fractievoorzitters werd vervolgens besloten dat de Rekenkamer het onderzoek zelf zou uitvoeren en werden de onderzoeksvragen geformuleerd.

Ruim drie maanden later presenteert de Rekenkamercommissie een onderzoeksrapport dat klinkt als een klok.
De motie van D66 is uitstekend verstaan door de leden van de Rekenkamer en aan alle gevraagde facetten is serieus aandacht gegeven. Dit resulteert in een professioneel, evenwichtig en ook nog zeer leesbaar rapport. Complimenten aan de onderzoekers en aan de zorgvuldig geformuleerde weergave van de bevindingen.
Het feitenrelaas geeft nauwgezet weer hoe het allemaal zo gelopen en na lezing zijn er vooral twee dingen duidelijk: wanneer eenmaal een weg is ingeslagen die formeel niet juist is, wordt het steeds ingewikkelder om het juiste pad weer te vinden en: verdoezelen ondermijnt het vertrouwen ernstig. Met alle gevolgen vandien.

De vergunningverlening
De meeste informatie rond de vergunningverlening aan Intermezzo was bekend. Duidelijker is geworden dat het feitelijk de gemeente Haren was die de eigenaar van Intermezzo verzocht zijn reeds in 2008 goedgekeurde bouwplannen voor uitbreiding van het paviljoen aan te passen aan de Visie voor het Raadhuisplein/Haderaplein zoals die in juni 2009 door de gemeenteraad werd vastgesteld. Dit feit verklaart mogelijk de inspanningen van college en gemeentesecretaris om de zaken met de ondernemer ‘soepel en snel’ te regelen. De officiële weg kostte geld en tijd en de ondernemer wilde daar niet voor opdraaien. Dan bouwde hij liever zoals oorspronkelijk de bedoeling was. De gemeente stond voor een dilemma: of de procedures volgen of de ondernemer tegemoet komen. Het college besloot tot het laatste. En daar begon de ellende.
Allereerst weigerde een medewerker van de afdeling Vergunningverlening een advies op te stellen omdat het omzeilen van de regels meten met twee maten zou zijn. Het afdelingshoofd schreef vervolgens het advies maar zelf. Dat advies wijst er ondermeer op dat het op deze wijze verstrekken van een bouwvergunning (zonder de noodzakelijke wijziging bestemmingsplan) in strijd is met de wet, en attendeert op imagoschade.
Het college besloot desalniettemin tot het goedkeuren van het nieuwe plan onder de oude vergunning. En bepaalde dat er geen ruchtbaarheid zal worden gegeven aan deze beslissing: er werd zelfs niets over gemeld op de besluitenlijst, ook niet op de niet-openbare besluitenlijst.
De gemeentesecretaris vroeg de afdeling Vergunningverlening een brief aan de ondernemer op te stellen waarin wordt meegedeeld dat de gemeente zal meewerken aan de nieuwe bouwplannen. Maar de medewerker van die afdeling weigerde dit te doen omdat er geen officieel besluit aan ten grondslag lag. De gemeentesecretaris schreef de brief vervolgens zelf, al zegt hij dat het afdelingshoofd de brief schreef. Het afdelingshoofd ontkent dat echter.
Opmerkelijk is dat van nu af aan wordt gedaan alsof de wens om een groter pleingericht paviljoen te bouwen geheel en al het initiatief is van de ondernemer.
De betreffende medewerker, die het vreemd vond dat er op deze wijze werd gehandeld, maakte voor de zekerheid een kopie van de brief en van het eerder genoemde advies.
Na de zomer van 2011 ging de bouw van start. Toen merkte een medewerker van de gemeente dat de contouren van het bouwplan groter waren dan de bouwvergunning in 2008 legitimeerde. Dat bracht de zaak aan het rollen.

Reparatie bouwvergunning
Direct na de ‘ontdekking’ heeft het college ervoor gezorgd dat de vergunning alsnog ordentelijk geregeld werd.

De informatie naar gemeenteraad en burgers
Half oktober werden de zeven fractievoorzitters geïnformeerd door wnd. burgemeester Bertus Fennema en gemeentesecretaris Madelon de Wilde. Fennema legde absolute geheimhouding op, zelfs ten aanzien van de fractiegenoten. Er moest eerst nog het een ander worden uitgezocht.
Op 2 november werd een persbericht uitgegeven waarin werd gemeld dat de oorspronkelijke vergunning niet volgens de regels was verstrekt, maar dat dat inmiddels is hersteld.
De gemeenteraad werd verder op geen enkel moment meer actief geïnformeerd door het college. De opgelegde geheimhouding is tot op heden niet opgeheven. Pas na vragen van de fractie van GVH werden stukken ter inzage gelegd, eerst vertrouwelijk, maar na een vraag over de legitimatie van die vertrouwelijkheid van D66, openbaar. De stukken gaven aanleiding tot nieuwe vragen, begin januari gesteld door CDA, GVH en D66. Zes weken later kwamen daarop niet geheel bevredigende antwoorden.
Merkwaardig is dat in deze antwoorden wordt gemeld dat het originele college-advies niet meer in het archief te vinden is. Dit terwijl de afdelingsmanager Publiekszaken op 8 november per mail aan de gemeentesecretaris had gemeld dat het betreffende stuk gevonden was in een ander dossier, dat van de Visie Raadhuisplein/Haderaplein.
Na veel inspanningen van Mariska Sloot (GVH) werd het onderwerp ‘integriteit openbaar bestuur’ geagendeerd voor een raadscommissie in maart 2012. Op de vraag van Sloot het onderwerp ook te agenderen voor de raadsvergadering, antwoordde de burgemeester negatief. Met als gevolg dat tijdens de raadsvergadering van 26 maart 2012 vier moties ‘vreemd aan de orde van de dag’ werden opgevoerd. Die van D66 werd met algemene stemmen aangenomen.

Conclusies van de Rekenkamercommissie (daaruit volgen de aanbevelingen)
De Rekenkamer komt ondermeer tot de volgende conclusies:
1. Het besluit van het college om mee te werken aan een groter bouwplan voor Intermezzo, was inhoudelijk begrijpelijk, maar alleen te rechtvaardigen geweest als er openheid over was betracht, zodat er verantwoording over kon worden afgelegd. De juist vorm was in dat geval geweest: een openbaar en controleerbaar gedoogbesluit met consultatie van de gemeenteraad.
2. De ondernemer treft geen enkele blaam.
3. De ambtelijke medewerkers treft geen enkele blaam; sommigen hebben zich verzet tegen medewerking aan in hun ogen niet correcte plannen.
4. De ambtelijke opsteller van het advies heeft ‘druk en sturing’ van de toenmalig wethouder ervaren om te zorgen voor een advies dat zou leiden tot het verlenen van toestemming aan de schetsplannen.
5. Het college heeft er bewust voor gekozen het besluit nergens vast te leggen en daarmee het principe van ‘openheid en integriteit’ geschonden. Dit wordt vooral de toenmalig burgemeester aangerekend.
6. De toenmalig gemeentesecretaris zegt gehandeld te hebben in opdracht van het college, maar had zich horen te verzetten tegen het niet openbaar maken van het besluit en hij had niet mogen meewerken aan het helemaal nergens vermelden van het besluit. De betrouwbaarheid en integriteit van het gemeentebestuur zijn hierdoor geschaad en dat is de toenmalig gemeentesecretaris ernstig aan te rekenen. Ook had hij geen mandaat de brief aan de ondernemer op te stellen en te tekenen en is het niet correct dat hij doet voorkomen alsof het afdelingshoofd de brief heeft opgesteld.
7. Het optreden van de toenmalig gemeentesecretaris heeft bij een medewerker van de afdeling Vergunningverlening dusdanig wantrouwen gewekt, dat deze medewerker kopieën van documenten is gaan maken. Een schaduwdossier kan dit echter niet genoemd worden.
8. Alle toenmalige collegeleden hadden alert dienen te zijn op de beginselen van behoorlijk bestuur en zijn derhalve medeverantwoordelijk.
9. Het huidige college en de organisatie hebben wat betreft de reparatie van de vergunning adequaat en voortvarende gehandeld.
10. Er zijn na oktober 2011 onvoldoende inspanningen door college en gemeentesecretaris verricht om alle informatie die gemeenteraad en samenleving vroegen, te verkrijgen en te verstrekken.
11. Het huidige college heeft de betekenis van deze kwestie, de beeldvorming en de maatschappelijke impact onderschat en er qua communicatie onvoldoende op gereageerd.
12. Wnd. burgemeester Fennema had de fractievoorzitters geen geheimhouding mogen opleggen richting hun fractiegenoten en hij had de geheimhouding na het doen van het eerste onderzoek weer horen op te heffen. Fennema heeft onvoldoende regie gevoerd.
13. Wnd. burgemeester Fennema en gemeentesecretaris De Wilde hebben zich onvoldoende ingeleefd in de raadsleden die (terecht) geïnformeerd wilden worden en zich onvoldoende gerealiseerd welke impact een en ander had.
14. Onbegrijpelijk is dat tot heden nooit aan de gemeenteraad is gemeld dat het originele advies op 8 november 2011 in het archief is aangetroffen, temeer daar ‘zoekgeraakte stukken’ voeding gaven aan wantrouwen en speculaties.
15. (Een deel van) de gemeenteraad had zich meer moeten inspannen om de gewenste informatie boven tafel te krijgen. Coalitiepartijen hadden zich duaal horen op te stellen.
16. Het presidium is zo geconstrueerd dat mogelijk niet de hele raad zich vertegenwoordigd voelt.
17. De griffier had de gemeenteraad meer ondersteuning kunnen geven door te wijzen op de instrumenten die de raad ter beschikking staan om informatie te verkrijgen.

Transparantie geeft vertrouwen, maar verdoezeling wantrouwen
De fractie van D66 is blij met dit gedegen onderzoeksrapport. De Rekenkamer heeft de motie perfect uitgevoerd. De fractie kan zich goed vinden in het feitenrelaas, de conclusies en de aanbevelingen en zal de laatste, waar het de raadsleden aangaat, zeker ter harte nemen. Het onderzoek is volledig en hiermee kan het dossier ook worden gesloten wat D66 betreft.
Door alles zo duidelijk op een rij gezet te zien, wordt het ‘dossier’ inzichtelijk, wordt veel handelen begrijpelijk en wordt haarscherp duidelijk dat door het verdoezelen van informatie het vertrouwen in elkaar te paard weg galoppeert.
Een en ander kan gezien worden als ‘een oprisping van de oude cultuur’ in het gemeentehuis, zo stelden de onderzoekers tijdens de persconferentie.
Het onderzoek is voor D66 één groot pleidooi voor transparantie.
Beslissingen die afwijken van wet- en regelgeving zijn best te nemen, mits voorzien van een goede argumentatie en op voorwaarde dat de principes van behoorlijk bestuur, zorgvuldigheid, rechtszekerheid, gelijkheid, openbaarheid en integriteit gewaarborgd zijn. Juist dan! Dit was niet het geval bij het ‘dossier Intermezzo’. Heel jammer, want zoals het onderzoek aangeeft: het had ook allemaal wel behoorlijk en transparant geregeld kunnen worden! Alle gedoe en commotie is in wezen onnodig geweest. En na oktober 2011 is, door de neiging van met name de wnd. burgemeester om de kwestie ‘kleiner’ te maken, binnenskamers te houden en de gemeenteraad niet echt serieus te nemen, de zaak juist opgeblazen en is het wantrouwen nog weer vergroot. Ook hier weer: volstrekt onnodig.
Betreurenswaardig is dat mensen in de ambtelijke organisatie zich mede in een kwaad daglicht gesteld voelden, door het weinig professioneel handelen van de bestuurders en de toenmalig gemeentesecretaris. En dat terwijl juist zij degenen waren die integer bleven handelen. Hulde voor de medewerkers die hun rug recht hielden!
Zowel in 2009/2010 als 2011/2012 geldt: door niet transparant te handelen wordt het vertrouwen ernstig ondermijnd en wordt het imago van de gemeente en ‘de politiek’ geschaad. En wantrouwen veroorzaakt weer een overdreven behoefte aan controle. Zo dreig je terecht te komen bij Lenin die ooit zei: ‘Vertrouwen is goed, controle is beter’. Maar daar zit, wat D66 betreft, een belangrijke schakel tussen: transparantie.
D66 zou het gezegde van Lenin willen omvormen naar het veel passender: ‘Vertrouwen is goed, transparantie is beter’. Want transparantie geeft vertrouwen en waar vertrouwen is, is minder noodzaak tot en behoefte aan controle. Daar zouden we met elkaar aan moeten werken. De energie die we daaraan besteden zal heel wat meer rendement leveren dan de energie die we het afgelopen jaar in het ‘dossier Intermezzo’ hebben moeten steken.

In de raadscommissie van 13 september 2012 zal het rapport inhoudelijk worden besproken.

Wil Legemaat

Het complete rapport vindt u hier:

RAPPORT DOSSIER INTERMEZZO

Gepubliceerd op 18-12-2013 - Laatst gewijzigd op 22-11-2018